donderdag 18 november 2010

Bruid-Weduwe

Ze staat er, elke dag.
De dorpelingen zijn er al aan gewend geraakt. Ze reageren niet eens meer.
Ze staat onder de treurwilg, op blote voeten. Van het gloren van de dag tot een uur of tien. Te rouwen, te zingen, uit te kijken over het meer. Met wazige, verlangende blik. De bruid-weduwe in haar mooiste jurk, haar bruidsjurk. Ondertussen is die vaal en gescheurd, want ze staat er al een jaar.

Haar lief is een krijger, geroepen naar een oorlog. Ze kent hem al haar hele leven. Hij is haar eerste liefde.
Jaren speelden ze, groeiden samen op. Hij werd getraind als krijger, zij als vroedvrouw en genezer. En zoals de dood het leven nodig heeft, hadden zij elkaar nodig.

Zij vonden elkaar tijdens het feest van de zonnewende. Hij was 18, zij was 16.
Door de flakkerende vlammen vonden hun blikken elkaar, zoals altijd. Maar dit keer, was er iets anders. Het vuur was anders, in het hart. De goden hadden beslecht. Een nieuw paar was geboren. En het stel keek naar elkaar en wist.

Drie weken later kwam het nieuws. een bevriende clan was in oorlog. Hij ging. Zo hoorde het immers. Dat deed je voor een clan.
In hun laatste nacht had zij al een onbeduidend gevoel. Een gevoel van onheil, rouw en verdriet. Zij kon de slaap niet vatten. Hij sliep als een roos, met een glimlach op de lippen.

De volgende morgen zwaaide zij hem uit. Gaf hem een medaillon, voor veiligheid. Bad tot alle goden die zij kende. Smeekte om een veilige terugkeer.
Het enige dat een maand later terug kwam, was haar medaillon.

En sindsdien gaat zij elke ochtend naar haar treurwilg. De wilg waar hij haar tot vrouw maakte.
Ze kijkt over het water als de zon op komt. Ook deze ochtend.

De zon komt op en laat zijn eerste stralen over het water gaan. Zo wordt besloten over de dauw en mist, die door de streling van de zon worden verrast. Zij schrikken van zijn warme straling, blazen te saam de aftocht en verdwijnen.
Dauw veranderd is druppels en laat zich langs de bladeren van boom en plant naar beneden sijpelen. Om op te gaan in meren en rivieren, of voeding te worden voor de grond.
Nevel trekt zijn mantel strakker om zich heen, wrikt de voeten los uit het meer, veert een aantal keer op en neer, zet zich af, springt sierlijk omhoog en laat zich meevoeren op de golven van de wind.

En voor haar ogen komt een beeld. Een boot op het water, dat uit de op trekkende nevel naderbij komt. Met haar lief op de boeg, haar krijger.
Zij lacht, hij roept haar. Zijn roep klinkt belovend, verlangend. Zij denkt niet verder na, pakt haar gescheurde rokken en loopt het water in. Dieper en dieper het water in. het enige dat zij wil, is naar haar lief. Zij loopt en laat zich door hem optillen, in een wolk van warme zonnestralen.

Eindelijk samen, voor altijd. elkaar gevonden, in de armen van de dood.


04-08-2010

1 opmerking: