woensdag 26 november 2014

Te Vurig

Misschien dat het aan mij ligt hoor. Ik heb het voor elkaar weten te krijgen om al mijn relaties op een geniale manier op de klippen te laten lopen. Ik ben, op eentje na, altijd degene geweest die het uitmaakte. Maar ik kan je vertellen dat dit er niet makkelijker op maakte. Dat ik het uit maakte, hield niet automatisch in dat ik ook niet meer van de man in kwestie hield. Sterker nog. Ik heb het uitgemaakt en stond vaker op het punt van uitmaken, juist omdat ik van hem hield.

Ik ben blijkbaar te vurig. Ik verwacht aardig wat aandacht. En het lijkt erop dat de heren die door mijn leven lopen/liepen, niet in staat zijn die te geven. Ze kunnen niet omgaan met de stortvloed van emoties die ik over ze uitstort. Ze weten niet hoe ze mij sturen moeten. Noch hoe ze aan moeten geven waar hun grens ligt en dat ik die eventueel overschrijd.
En vind maar eens een balans tussen hun en mijn behoefte. Zij willen rust. Hangen op de bank met een computerspel. Of eerst een potje voetballen/hockeyen met vrienden en daarna een biertje doen in de kroeg.

Wanneer ik mijn emoties in de hand heb en alles op rolletjes loopt, is er niets aan de hand. Ga lekker je hobby uitvoeren, mijn lief.
Wil je dat ik je aan de zijlijn aan sta te moedigen? Of mag ik in een hoekje op de bank in mijn boek kruipen? Jij lekker heen en weer rennen achter de bal aan, ik lekker met mijn neus in een goed boek. Af en toe kijk ik wel even of alles goed gaat. En zal ik verliefd naar je zitten te kijken. Wanneer je (oefen) wedstrijd af is, zal ik aan de zijlijn klaar staan met je favoriete sportdrank. En ik wil ook wel een biertje doen.
Of heb je liever dat ik pas kom wanneer je in de kroeg staat? Of kruip je aan het eind van de avond bij mij tussen de lakens. Heb je liever een avond alleen met de jongens?
Ook goed. Als je maar niet lazarus thuis komt. En als je maar bij mij in bed kruipt, dan vind ik alles goed.
Kom bij mij. Laat je hand over mijn rug glijden. Maak me wakker met een lome kus. Laat mij sidderen en voelen dat jij de man bent, in de ritmiek van de nacht. Wees maar even dominant. Nu wel. Ik heb op je liggen wachten.

En daar wringt hem de schoen. Kom bij mij. Ik heb op je liggen wachten.
Ik vind het niet erg als hij zijn eigen dingen wil doen. Ik wil dat ook graag. Al sluit ik mezelf op dat soort momenten eerder op achter de computer in mijn media kamertje. Om te schrijven alsof mijn leven ervan afhangt, terwijl ik luister naar klassieke muziek. Of ik luister een luisterboek, terwijl ik zielsgelukkig een beanie brei of een omslagdoek haak. (Met een appeltaart die staat te garen in de oven.) 
Ik ben een huismus geworden. Eentje die af en toe de deur nog wel uit wil, maar niet goed weet hoe. Ik wil graag naast mijn man staan. Zijn overhemden strijken, zijn broeken persen. Hem helpen met zijn studie voor zijn carrière, als dat moet. Laat me af en toe horen dat ik lief ben. Vertel me af en toe dat je niet weet hoe je zonder mij zou moeten. Durf tegen je vrienden te zeggen dat je trots bent op mij. Ik loop op vleugels en ben de gelukkigste vrouw in de wereld.
En emotioneel zo afhankelijk als een malloot. Afhankelijk van hen die ik liefheb. Van hen die ik in mijn hart gesloten heb. Ik kan ze niet los laten.

En zeker wanneer mijn emoties een deuk op hebben gelopen, eis ik aandacht. Dan wil ik mijn man naast me. Een aai over mijn bol. Een kriebel in mijn nek. Vertel mij dat ik lief ben. Houd mij vast en laat me luisteren naar je hartslag. Kus mijn tranen weg. Sleep mij naar het bed, als ik vraag om geheeld of gegeseld te worden. Laat mijn tot rust komen, in het ritme van raspende ademhaling, schokkende schouders en sidderende ledematen. Laat mij verdwijnen in een klein, veilig wereldje dat wij samen hebben gecreëerd, in de veiligheid van ons eigen huis.

Ik moet leren mijn emoties onder controle te krijgen. En ze op zo’n manier te verwoorden, dat niet iedereen in paniek wegrent, omdat ik ze beklem. Ik zou moeten leren emotioneel onafhankelijk te zijn. Want als ik luister naar wat men om mij heen zoal te vertellen heeft, is dat wat mannen willen. Ze willen een onafhankelijke vrouw.
Nu vertelt niemand erbij wat dat dan precies inhoud. Maar als ik dat hoor, dat woordje ‘onafhankelijk’ heb ik bij voorbaat al de neiging om in huilen uit te barsten. En om mezelf in de wilgen te hangen. Want ik ben dat niet. Ik heb een eigen wil. Ik wil gehoord en erkent worden. Maar onafhankelijk.. Ik ben een te grote speelbal van mijn emoties, vrees ik

En dat lijkt de reden te zijn dat vroeg of laat elke relatie stuk loopt. Geen man die al die emoties kan sturen. Niet temperen die hap. Nee, stuur het een beetje bij. En wees vervolgens trots op je vlammende vrouwtje. De mooiste vlam geeft ze aan jou. De prachtigste dans, danst ze voor jou. Voor jou en niemand anders.
Maar het schijnt een hele kunst te zijn om te sturen. Ik schijn op de één of andere manier niet te vatten te zijn. Niet stuurbaar. Te vurig, te heet.

Hoe leer ik die emoties in de hand te houden? Hoe leer ik wel mezelf te zijn. Met al mijn spetterende emoties; zonder dat ik hem beklem en het idee geef hem te claimen?

zaterdag 22 november 2014

Vele Gezichten

Trek je jas uit en ga zitten, in mijn virtuele huisje. Vertel mij, wat ik kan doen om je te behagen.

Wie ik ben en waar ik vandaan kom, is nu even niet belangrijk. Ik ben Nederlandse, vrouw. Ik ben dol op schrijven en lezen.

Dit blog start ik, om ongegeneerd alles te kunnen plaatsen wat ik wil. Zonder dat ik me ervoor hoef te schamen. Over leven, verdriet, seks. Meestal zal dat wel in het Nederlands zijn. Een enkele keer ook in het Engels.
Het gaat mij erom, dat ik alles gewoon kan plaatsen. Ik doe wel aan meerdere vormen van blogs, maar daar sta ik bekend. Daar word ik gevonden door allerlei mensen. En dan schrijf ik liever niet over seks. Daar krijg je vreemde blikken van. Hier kan ik plaatsen wat ik wens. Het is redelijk anoniem. Ik kan foto's plaatsen, plaatjes, gedachten. Alles blijft bij mij. Ik zal het verbergen achter het masker van de waarheid.

Ik laat je zien, alle vrouwen die ik waarborg. Die in mij zitten. Ze hebben allen eigen namen, die ik soms ook plaatsen zal. Ze zijn puur, echt. Hoe virtueel ze ook zijn, ze geven ieder aan wie en wat ik ben. Mijn onschuld, mijn warmte. Mijn liefde, mijn hartstocht. Mijn onverzadigbaarheid, mijn trots. Mijn woede, mijn verleiding. En elke emotie die er verder is.


Wees op je hoede, voor al deze vrouwen. Je kunt er verslaafd aan raken.

woensdag 19 november 2014

Maar missen doe ik je wel.

Het enige dat ik zag, waren je ogen en die kop vol haar. Maar vooral die kwinkel-oogjes van je.
Ze straalden branie uit. Een jongensachtige stoutheid die niet te stoppen was. Pret, lol.
Op het strand watergevechten houden, tot het einde der tijden. In de Efteling keer op keer de Python in. Net zolang tot je kotsmisselijk dat karretje uit komt. Een Peter Pan, in het lichaam van een volwassen man.
Tegelijkertijd een overwicht. Iemand die weet wat hij wil en daarvoor knokt. Iemand die iedereen aan het lachen maakt, de clown uit hangt. Omdat hij niet wil dat iedereen weet wat er onder die show zit. Maar een rust heeft gevonden, die alleen gekend wordt door een volwassen man.

Dat trok mij aan. Intelligentie is het nieuwe sexy. En intelligent ben je.
Je maakte me aan het lachen, bent spitsvondig. En de manier waarop jij je beweegt schreeuwt voor mij seks. Onder negen atmosferen. Zo vaal je wilt, waar je wilt, hoe je maar wilt. Het maakt me niet uit hoe je me doet. Als je me maar doet. Als je me maar laat weten dat je een man bent. Als je mij maar laat weten, dan je kunt heersen. Al was het enkel maar tussen de lakens.

Je bent onder mijn huid gekropen, ondanks dat ik dat niet wilde. Je bent gaan heersen in mijn dromen, ondanks dat ik ervoor waakte. Via een slinkse weg ben jij mijn gedachten gaan domineren. En heb je chaos weten te creëren, in alles wat mijn wereld was.
En ik weet niet meer, of het nu het droombeeld is, of dat jij het bent.
Ik heb een tijdje gedacht dat je mij wel leuk vond. Puur door een aantal reacties die jij gaf op mijn opmerkingen. En de plotselinge afstand die je creëerde, toen je er achter kwam dat ik een partner had.
Maar de laatste tijd die we samen spendeerde, was je koel en koud. Reageerde je alsof ik het naarste was dat in je omgeving was. Weigerde je alles wat ik je aanbood.

Ik zal je niet meer zien. De rust kan dus weer wederkeren, in de wereld die mijn emoties zijn. Jij bent mijn wereld uit. En ik blijf achter met twijfels. Want ik zou niet weten hoe. Maar iets in mij zegt dat jou lot en dat van mij verbonden zijn. Juist omdat we zo verschillend zijn. En jij dingen belichaamd die ik maar wat graag zou willen, maar domweg niet ben. En elke vezel in mij schreeuwde dat jij hier hoort. Dat jouw stem mijn leven moet verrijken.

Mijn hoofd vertelt dat het beter is zo. Dat ik me gelukkig moet prijzen met wat ik heb en het zo moet houden. Dat ik moet gaan voor de vastigheid. En dat jij je toch geen seconde van je tijd af zult vragen hoe het met mij is. Dat ik niets meer van je horen zal. En dat je me straal voorbij loopt, mocht ik je ergens tegen komen.

De tijd zal leren wat het beste is. Maar missen doe ik je wel.

Gekke geleerde God

Of ik nou een ketter ben, weet ik niet. Ik voel mij ook niet geroepen om daar zelf een oordeel over te vellen. Dat ik anders denkend ben is een feit. Dat ik daardoor mensen tegen mij in het harnas jaag een logisch gevolg daarvan. Maar dat neem ik voor lief. Ik gedij immers op tegenstand. 


Wat kan ik mij ergeren aan de arrogantie van de geestelijken! Waar halen zij het recht vandaan?! Hoe kan men denken superieur te zijn aan elke andere creatie God’s? 
Ben ik echt heidens als ik neerzijg voor een grote boom? Ben ik lasterlijk als ik eerbied betuig aan een prachtig bos en mij nederig voel, bij zo’n sublieme creatie? 
God heeft ons dat gegeven, om erin te leven en ervoor te zorgen. Wij zijn onderdelen van Zijn grote Plan, op weg terug naar het beloofde land. En wij voelen ons superieur aan de vrede, in onze arrogantie. 

Geen boom die eraan denk zijn omgeving te vervuilen. Geen dier dat een oorlog zal starten om machtsuitbreiding. Geen insect dat olie uit de grond zal halen. Geen grasspriet die zich in ijdelheid zal tooien. 
De mens voelt zich superieur, omdat hij denken kan. Heerst over de aarde en wil de natuur naar zijn hand zetten, in plaats van zich te schikken. De mens denkt superieur te zijn en is dus superieur in al zijn fouten. Dit omdat de idee superieur te zijn niet klopt. Wij zijn immers in zonde geboren. Dus de imperfectie was aan het begin al aanwezig. Iets wat niet gezegd is over het dierenrijk. 

Ooit lag de wereld er in haar maagdelijkheid prachtig bij. Zij groeide en bloeide in al haar glorie God’s. En toen kwamen Adam en Eva roet in het eten gooien. Zij verlieten het hof en trokken de wereld in. 
Vervolgens is het hele Oude Testament kommer en kwel. De zondvloed heeft het er niet beter op gemaakt en zelfs Heere Jezus heeft voor de meesten geen licht op de zaak kunnen laten schijnen. Wij verwoesten nog steeds met een honger die steeds groter wordt, op zoek naar mammon. 

Dus lijkt mijn relaas haast een aanklacht aan God zelve! 
Waarom heeft U de mens geschapen? In al Uw genialiteit beging U de meest menselijke fout die er maar is: U creëerde de mens. 
En dan kan ik niet anders dan zedig de handen vouwen. Ik stel mij een geleerde voor van midden dertig met een labjas aan. Op een grote tafel staan stellages, reageerbuisjes, branders en een petrieschijfje. Vanuit dat petrieschijfje klinkt mijn stem: 

“ Oneindig wijze God. Waarom trekt U de stekker er niet uit? Waarom eindigt de mens niet in de prullenbak? 
Ga terug naar Uw tekentafel, Maak een nieuwe wereld met nieuwe rassen die niet zo vernielzuchtig zijn. 
Ik weet dat ik vele geestelijken tegen spreek. Dat het ketters is en dat ik aan de schandpaal genageld wordt. Maar dan liever dat en spreken. Want het doet mij zo’n pijn te moeten zien hoe oneerbiedig men met Uw schepping omgaat.” 



09-04-2010

maandag 17 november 2014

Onder mijn Huid

Ik opende de deur naar mijn ziel en ze liep naar binnen. Uit haar eigen vrije wil liep ze naar de vallen van mijn woorden.



Vanuit de krochten van mijn kelder volg ik haar. Elke stap die ze zet echoot door mijn huishouden. En ik wacht, houd haar in de gaten. Volg haar bewegingen en kijk naar wat ze doet.



Ze loopt van kamer naar kamer. Bewondert, lacht en houdt vast. Laat minuscule sporen na van haar aanwezigheid. Een echte opmerking laat ze niet achter, open en bloot. Ze geeft mij een reactie in een persoonlijke noot.



Een briefje op een kast. Dat ze gelachen heeft en mijn humor kan waarderen. Een vingerafdruk op een foto uit mijn herinnering. Het lijkt of ze die liefkoosde. Ze keek naar tekeningen, werd erdoor geroerd. Ik zie sporen van haar ademtocht. Ze blijven hangen, ergens in mij.



Haar horloge in de balzaal. Zonder het zelf te weten, heeft ze die daar verloren. Ik weet dat ik het terug zou moeten brengen. Ze hecht er waarde aan. Maar als ik het oppak voel ik, nee WEET ik, dat ze hier gedanst heeft. Ze walste door mijn zaal heen, met een glimlach op de lippen. Ze prefereert de tango, maar het staat zo raar, als je die in je eentje danst.

Ik hoor het klokje gaan. Tik tak tik tak Net het kloppen van haar hart. Tik tak Tik tak

Het klokje hangt aan een ketting. Hoe ze die verliezen kon, is mij dus niet duidelijk. En voor mijn ogen doemt een beeld op. Van haar rijzende en dalende borst, met die ketting die rustig meedeint. Dat klokje aan het eind, dat tussen haar borsten door in haar blouse verdwijnt.



Ik volg het ritme van haar dans, de volgende kamer in. De eetzaal.

Gelijk weet ik waar ze gezeten heeft. Er hangt nog een lichte fleem van haar geur. Haar parfum. Ze heeft haar bord opgeruimd, maar haar glas staat nog op een hoek van de tafel. Een restantje van een rode vloeistof. Rode wijn? Port? Ze lust het allebei.



Mijn geestesoog zoekt weer naar haar essentie en vindt haar, slapend. Ze ligt op een bank bij de trap. Vredig in en uit te ademen, de lucht te beroeren die zo lang heeft stil gestaan. Ze draait zich om en kreunt heel even. Zich er niet van bewust dat ik haar droom zie. Die ziet er vredig uit. Slaap jij maar meisje. Slaap en laat via je dromen zien wie jij bent.



Langzaam vallen uiterlijkheden van haar af. Harnas, masker, sociale schijn. Ze toont stukjes van haar ziel en elke vrouw die deze waarborgt. Ze toont ze allemaal en in vol ornaat. Puur, naakt. In willekeurige volgorde en ze komen steeds terug.

En ik kijk. Kijk naar haar essentie, lees haar woorden en gedachten. Ze is spannend, lief. Mooi, agressief. Onverzadigbaar, naïef. Vrouwelijk en ongelooflijk opwindend.


Ze kruipt onder mijn huid, via mijn aderen mijn lichaam in. Vermengt zich langzaam, met elke vezel van mijn verlangen.

Ik weet het niet meer. Zij had in mijn val moeten lopen, niet andersom. Moet ik haar vernietigen? Wegsturen uit mijn huis? Haar aan haar haren naar mijn bed slepen? Jacht op haar gaan maken?



Kan ik haar weer laten gaan? Of wil ik dat ze blijft en koningin wordt, van mijn onderkomen?


zondag 16 november 2014

Kamo-Kat

Het is donker, klam. 

Er krioelt van alles om ons heen. Al wat we zien, zijn bladeren, takken en wortels. 

Wij, Mabon Sabbath, zijn heldhaftig op verkenningstocht gegaan. 

Hoe lang we hier nu al zitten, weten we niet. Lang, want er lijkt al een keer een zon neder te zijn gedaald. 

In de verte horen wij gedempte geluiden. Vogels, die onbezorgd kwetteren, geritsel van bladeren. Het lijkt of wij stemmen horen. Maar dat moet een hallucinatie zijn. omdat we te lang verstoken zijn van de beschaafde wereld. Dat komt bij de beste katten voor. De stemmen laten wij dus links liggen. 

Wij leveren hier een gevecht. Van leven op dood. Kat, tegen de natuur. Brein tegen de wetten van grilligheid. Het is zwaar, maar wij, Mabon Sabbath, zullen het winnen. Wij hebben ervaring en zijn niet bang uitgevallen. 

Op onze buik schuiven wij verder. Behoedzaam, waakzaam voor vijanden. Deze zullen wij zeker weten tegen komen. En daarom zorgen wij voor ogen in het achterhoofd. 

Wederom gekwetter. Wij halen uit, want hebben honger. Maar helaas is het diertje behoedzaam. en berekend op vijanden. Dus het vliegt nog net op tijd weg. Wij zullen nog even met knorrende maag door moeten. 

Op een redelijk open plek, komen wij een poel tegen. Gelukkig, wij kunnen ons even laven. Van dorst, hoeven wij niet om te komen. 

Dan is er een aanval. Deze wordt met gebrom aangekondigd. Met scherpe naalden worden wij aangevallen. Maar wij weten de aanval heldhaftig af te slaan. Met onze machtige poot slaan we de aanvaller uit de lucht. Met onze scherpe tanden, bijten wij de kop in één ruk af. Het zwart gele gevaarte spartelt na, maar is verslagen. 

Wij zoeken de camouflage maar weer op. Daar is het smeriger. Het krioelt er immers van de kleine dieren. Maar wel veiliger. Wij hebben minder zorgen om uitvallen vanuit de lucht. Dus accepteren we het vieze pak maar weer. 

Dan duikt er weer een schaduw op. Groter dit keer, ronder. Grijs met witte vlekken. 
Wij spannen de spieren, knijpen onze ogen tot spleetjes. Onze slanke staart zwiept vervaarlijk heen en weer. 
Het gevaarte lijkt een zielig geluid te maken, maar wij laten ons geen knollen voor citroenen verkopen. Het is vast een truc om ons op het verkeerde been te zetten. Zodra we het even niet in de gaten hebben, zullen wij aangevallen worden. en dat mag niet gebeuren. de beste verdediging, is de aanval. 
Wij ontspannen daarvoor nogmaals de spieren. En sluipen als en ninja langs een dichte want. Van schaduw naar schaduw sluipen wij, met ogen tot speeltjes samen geknepen. Dan halen wij diep adem, en springen boven op den vijand. 

Deze geeft een grote schreeuw. Krabt en bijt, maar wij zijn niet van ons stuk te brengen. Het geluk is met ons. Nu ja, geluk. Natuurlijk hebben wij dat uitgebreid berekend. Wij zijn bovenop de rug van de vijand belandt. Deze ligt volledig klem. En wij kunnen krabben, bijten. Laten zien wie hier de baas is, al is het een woestenij. Het is immers wel ONZE woestenij. En deze zal tot de laatste snik verdedigd worden .

De vijand druipt jammerend af. Dodelijk vermoeid zakken wij op de grond. Wij zijn versuft, want hebben heftige inspanningen geleverd. Wij verliezen zelfs het bewustzijn, want wij hebben een tijd niet door wat er gebeurd is, om ons heen. En slechts af en toe dringt er geluid tot ons door.

Nieuw geluid, in de verte. Een stem lijkt. Het dringt tot ons door, maar met moeite. Tot overmaat van ramp, begint het ook nog eens te regenen. Daarom spitsen wij de oren. Weer die stem. Zou het dan toch geen hallucinatie zijn? 

Nee! Het is dat vrouwelijke twee-bener-ding, die verteld dat het tijd is om binnen op bed te gaan liggen! 

Welnu, laat die tuin dan maar even voor wat het is. M.E.U.S., de andere kat, hebben wij daarnet toch nog lekker in elkaar gebeukt. En die irritante vliegen pakken wij ook nog wel.

maandag 10 november 2014

Tegenstrijd en sterren tellen

Neem haar mee uit sterren tellen. Of grassprietjes, boomblaadjes, lantaarnpalen, het is haar om het even. 

Op haar buik, in het gras, in rok met effen shirt of jurk. Haar schoenen heeft ze uitgetrokken. Dat vindt ze het prettigst, want dan kriebelt het gras tussen haar tenen. En dat betekent voor haar zomer. 
Ze wiebelt wat met haar benen, steunt met haar hand haar kin en sabbelt op een nagel. Langzaam vertrekt ze naar een parallelle wereld. Ze is er wel, maar is er niet. In luttele seconden heeft ze een deur gevonden naar haar eigen universum en zweeft ze daar in de gebouwen van haar eigen wereld. Ze verdwaalt er en raakt zichzelf volkomen kwijt. Waarschijnlijk ook elk contact met de werkelijkheid. 
Met haar dromerige blik, het hoofd een beetje schuin, begint ze te babbelen tegen plantjes en insecten. In haar opinie begrijpen ze haar. 
Wees voorzichtig als je dan haar wereld binnen dringt. Veeg je voeten en kies zorgvuldig je woorden. Vol vertrouwen treedt ze je tegemoet, in een warme wolk van omhelzing. Dolblij, dat je haar gevonden hebt in deze wereld. Ze kent daar geen scherpte of geweld en ziet enkel maar het goede. 
Bouw je tempel in haar essentie, vind er je weg naartoe. Ze zal je verafgoden en vereren. 
Je reist op een sokkel naar het epicentrum van haar ziel en wordt benoemd tot oppermachtig wezen. 
Begrijp haar in haar tegenstrijdigheden, ook zij is het product van haar verleden. Zij voert een oorlog in haar hoofd, tegen de fantomen van Memory-lane down Flashback-city. 
Liefkoos haar en heel haar, als ze terugkomt van haar strijd. De krijger in haar is dan dood gebloed en laat achter, een klein kind. Een bang meisje dat wil schuilen in de armen van haar man. Rust wil vinden, in het ritme van schokkende schouders en raspende ademhalingen. 
Ze zal zich laten gaan en van bang meisje transformeren naar volleerde minnares. Als ze dan tot rust is gekomen schaamt ze zich voor al haar uitspattingen, maar op zo'n moment van liefde denkt ze daar niet aan. 
Luister dan en lees het boek dat haar lichaam heet. Ze geeft subtiele hints in de taal van een kreun en beweging. Stel geen vragen, want ze zal ze niet beantwoorden. Daar is ze te verlegen voor en je zult het dus zelf moeten ontdekken. 
Kijk naar haar ogen, haar mond en wat die geruisloos te vertellen hebben. Haar ogen worden wazig, haar mond zakt een stukje open. Haar onderlip gaat trillen en ze legt haar hoofd in haar nek. Dat, of ze begint te bijten, zet haar nagels in je rug en begint te kreunen. 
Ze danst mee in jouw ritmiek, laat zich leiden en verleiden. Spieren spannen zich in haar schoot en ze ligt in een gespannen houding. Stilte...... Drie keer fluistert ze je naam en weer stilte. Stilte in haar lichaam, stilte in haar hoofd. Enkel het geluid van haar gespannen ademhaling, als tromroffel achter de stilte, voor de storm. Al haar spieren zullen zich spannen, om dan weer los te laten en haar te laten gaan. 
Die kleine borstkas herbergt de ruimte voor een orkaan aan decibellen die ze zonder genade over je uitstort. 
Daarna komt de schaamte. De schaamte dat ze zich heeft laten gaan en zich, in haar ogen, als een slet heeft gedragen. De schaamte dat ze je rug heeft open gehaald, je een piep in het oor heeft bezorgd of van je nek een slagveld heeft gemaakt. Want in haar ogen mag zij niet genieten, is zij dat niet waardig. 
Leg dat naast je neer en draag de oorlogswonden als een held. Ze adoreert je en is gelukkig in jouw aanraking. Ze wil geen ander en legt haar leven in je handen, gelijk haar lichaam op jouw bed. 

Zie de dingen die haar raken, in de wereld om haar heen. Die kleine stukjes realiteit waar ze zich aan vastklampt. Haar favoriete kleuren, allermooiste bloemen. Geef haar die en je bent haar held. Tel met haar de sterren. En diegenen waarvan je niet zeker weet of je ze al hebt gehad, tel je gewoon half. 
Wees haar zwarte engel, haar witte demon waar ze mee vliegt. Haar sprankje vastigheid in een realiteit die ze niet snapt. Als haar geweten, haar duiveltje, haar hart, ziel en zaligheid. 
Doe dit, en de belofte van de nacht is gemaakt. 
Bouw je kastelen in de lucht, zet ze vol met meubilair, kroon haar je koningin en zorg voor wat bedoening. Ze wil dwalen in een wereld van elfjes, zwarte redders en zalen van glas. Dansen met haar man, in een wereld die alleen van hun twee is. 
Het is al zo lang stil geweest in haar en er vielen zoveel tranen. 
Aan de wanden van haar ziel..... Plaatjes van mensen die ze liefhad. Foto's die kromtrekken en vervagen, tot en niets meer over is dan de herinnering. En ze had ze allen zo lief, wil ze zo graag nog eens aanraken. Zoveel mensen die ze liefhad, snakkend naar iemand die blijft. Iemand die met haar mee zweeft in haar kastelen, de troon aanneemt die ze hem aanbied en blijft als ze fluistert: "Je hoeft niet weg...". 
Neem haar mee en bouw een wereld vol van zwarte elfjes, licht, muziek en rust. Maak van haar een middelpunt en wees voor haar hetzelfde. 
Ze zal zijn, je moeder en je dochter. Je vijand en je minnares. 
Ze drukt je hoofd tegen haar boezem, als de wereld je bedrogen heeft. Ze zal slechts zwijgen, sussen, troosten. Ze kent immers het klappen van de zweep en heelt. 
Ze kruipt tegen je aan, met haar vinger in de mond, om te luisteren naar het ritme van je hart. Jij bent dan haar levensechte, levens grote teddybeer met centrale verwarming. 
Ze scheldt en tiert in al haar wanhoop. De angst om je weer kwijt te raken na alles wat je met haar hebt opgebouwd. Zo groot dat ze zich niet meer kan ontspannen. Zo bang voor de leegte die er achterblijft dat ze bij voorbaat al huilt, nog voor je haar daar reden toe gaf. 
De onschuld in haar liefkozing, ze zou niet anders willen. Ze heeft je lief met elke vezel, van haar klein onzeker lijf. 
Begrijp haar in haar tegenstrijdigheden en je hebt je bruid gevonden. 
Maar pak het rustig aan. Laat haar in het klimrek hangen, duw haar op de schommel. Doe mee en tel met haar de sterren. Of de vuurvliegjes, net wat er voor handen is. En luister naar haar levensritme.