woensdag 24 juni 2020

Waarom ik ga branden deel 10: Ik ben een ketter.

Lieve leukerds en leuke lieverds,

Ik denk dat dit het laatste log wordt in mijn epistels over waarom ik ga branden. Ik kom in ieder geval niet meer op extra redenen. Hooguit op toevoegingen voor al eerder genoemde redenen en uitleg daarbij. En of je nu op nog meer drama zit te wachten... Ik vraag mij dat ten zeerste af.
Daarnaast... Tien geboden, dus tien redenen waarom ik ga branden. Misschien had ik wel bij elke zonde een gebod moeten plaatsen. Of misschien had ik het bij zeven redenen moeten houden en daar de zeven hoofdzonden bij moeten leggen. (Ga ik weer, met die zondige mystiek van mij.)

De tiende reden dat ik Satan's vrouw ga worden, is omdat ik een ketter zou zijn. Misschien zal dit je niet verbazen. Door de afgelopen logs heen toon ik al een dwarsheid en een tegendraadsheid waar niet velen op zitten te wachten. Daarnaast ben ik dan ook nog eens zo tegenstrijdig als het maar kan.

Voor dat kerkje was ketter zijn in ieder geval ook het feit dat ik geen goede vrouw ben. Een goede vrouw is immers onderdanig aan haar man, doet wat haar gezegd wordt en volgt hem in al wat hij wil. Zij laat zich temmen en onderwerpt zich aan zijn wil. (Er staat daar onder andere iets over in Colossenzen.)
Ik ben volgzaam, maar niet onderdanig. Eerder al heb ik uitgelegd hoe ik wat dat betreft werk. Ik verwacht dat er naar me geluisterd wordt. Waarom niet? Waarom zou één persoon steeds de dienst uitmaken en dan op basis van geslacht en niet op basis van capaciteit? Moet je niet juist de diversiteit erkennen en benutten?
Er zullen punten zijn waarin ik klakkeloos volg. Ik ben op sommige punten een typische vrouw. Ik begrijp weinig van techniek. En ik koester die onkunde, ik cultiveer die haast. Wanneer de belastingdienst weer komt vertellen dat het tijd is voor de aangifte, lever ik alle papieren in bij manlief. Ik waag me er niet aan met mijn cijferblindheid. Ik begrijp de taal niet, raak in de war en in paniek. Hoezo vrouw oude stempel?
Ook verwacht ik van geen enkele man dat hij begrijpt hoe een haak- of breipatroon werkt. Daar heb je mij immers voor. Ik maak die trui, niet hij. Ik zal hem niet lastig vallen met informatie daarover.
Ik zie de romantiek in het wassen van de vuile sokken van mijn man. Doe mijn best hem bij te staan in zijn werk. Geef hem ruimte om te studeren, zodat hij verder kan komen. We zijn verhuisd voor zijn werk. En als het moet, doe ik dat weer. Makkelijk wordt dat niet, maar ik doe het.
Maar ik treed in herhaling. Volgens mij had ik dit al eens verteld.
Ik voldoe hierin echter wel aan het standaard 'Stand By Your Man' type. En het beeld van de vrouw bij dat kerkje.

Waarom is het niet goed?
Omdat ik zelf nadenk. Ik stel vragen. En ik verwacht daar een sluitend antwoord op. Voordat er ook maar iets gebeuren gaat, moet alles eerst glashelder. Anders kan hij nog zo graag iets willen, het gebeurt niet.
Ook wil ik uitgedaagd worden. Laat me nadenken. Neem me mee in het pad. Kijk af en toe eens opzij. En niet alleen maar vooruit. Dit is een punt waarop er vaak dingen misgaan. Mannen kijken vooruit, zelden opzij. En met opzij kijken bedoel ik dus dat je kijkt naar wat het hele proces doet met je partner. Hoe staat die erin, gaat het daar wel goed mee.
Ieder heeft zijn eigen pad. En een relatie is altijd nog twee wegen die je parallel aan elkaar wilt laten lopen. Parallel is nog steeds niet over dezelfde weg. De ene weg kan gladjes verlopen, terwijl de weg van de ander vol hobbels en kuilen zit. Dat moet wel gezien worden. Dus kijk geregeld naar opzij.
Maar als ik met deze beeldspraak aankwam, zag ik het verkeerd en niet eens anders. Een vrouw moet volgen. Geen eigen carrière ambiëren, enkel haar man dienen.

Welnu, ik heb nu een tijdje niks te doen en verveel me bijna het graf in. Ik wil bezig gehouden worden. Het feit dat er niets gebeurt zorgt ervoor dat ik tegen allerlei obstakels loop. Ik begin weer depressief te worden, mezelf in een zeer negatief licht te bezien.
Alsjeblieft, geef mij iets om handen. En dan niet een zoethoudertje. Ik wil ergens toe dienen.
Ik ben zo bang om voor niets te hebben geleefd. Ik wil ergens toe hebben bijgedragen. De wereld beter achter laten dan ik haar heb gevonden. Of dat nu is met mijn logs over milieu, mijn gedichten of anderszins. Als het maar bijdraagt aan een betere wereld en milieu.
Al dat schrijf talent dat ik heb. Want ja, ondertussen is me niet alleen vaak genoeg gezegd dat ik schrijven kan, ik ben er zelf nu ook wel redelijk van overtuigd. Al die woorden die uit mij stromen, al jaren lang. En er lijkt niks mee te gebeuren. Alsof het enkel ergens in een hoekje op het internet eindigt, of in een bureau-la. Ik wil er meer mee doen. Ik heb mijn stem gevonden, maar niet de bijpassende muziek. En daar ben ik al jaren naar op zoek.

Ook wil ik gestuurd worden door iemand, maar niet onderworpen of getemd.
Ik ben de eerste die toegeeft dat ik een ongeleid projectiel ben. Met al mijn tegenstrijdigheden en uitstapjes naar allerlei karaktertrekken, is er geen lijn in te vinden. Zelf lukt het mij niet goed overzicht te bewaren. Dat weet ik nu wel, na al die jaren knokken en therapie. Het lijkt me heerlijk om iemand te hebben die daar af en toe wat orde in handhaaft en me tot de orde roept. Even een pas op de plaats. Even een moment van bezinning. Maar hij mag niet zeggen wat ik moet doen en mag.
Tem mij of onderwerp mij en ik zal blijven sluimeren. De onstuimigheid woedt in mijn hart, zal verworden tot haat. Zij zal smeulen en etteren. Tot de dag dat het vuur weder op zal laaien en in uw gezicht uiteen zal spatten, met desastreuze gevolgen.
Stuur mij, leidt mij. Ik zal worden tot een fakkel. Met zacht licht dat zal flakkeren zo u wenst. Een fakkel die u dragen kunt, als lichtend baken in het duister. Samen verlichten wij het Pad naar Huis.

Een ketter ben ik. Om hoe ik Jezus bezie. Dat hij voor mij persoonlijk een inspiratie is, maar niet mijn opstanding. Dat ik accepteer dat een ander dat anders beziet en ervaart.
Dat ik een moslim mijn broeder en zuster noem. Omdat ik wil liefhebben vanuit het liefhebben. Belangeloos, zonder ego. Niet omdat ik daar een goed gevoel van krijg, niet omdat welk religieus boek dan ook mij dat heeft opgedragen. En dus weiger ik te geloven dat er één geloof is dat boven de anderen staat.

Ik ben een ketter, omdat ik naast dat ik een christelijk leven wil gaan leiden, heidense gebruiken aanhang. Zoals het gebruik van kruiden, maar ook symbolen en het vereren van de natuur.
Kijk naar de wereld om je heen. Elke ochtend de prachtigste kleuren bij zonsopgang. De vogels begroeten de opkomst dagelijks in de prachtigste liederen. De aarde bestaat al eeuwen, millennia. (Hoe lang is discussie over, maar daar gaat het nu niet om.) En in al die tijd dat de mens rondloopt is er nog nooit een meteoriet geweest die ons heeft weggevaagd. Wij mogen nog steeds rondlopen en leven.
Ik kan me daarover verwonderen. En denk serieus dat God een soort laborant is, met de aardbol als zeer interessant projectje in een petrischaal. Hoe ketter-waardig is dat?

Ik ben een ketter omdat ik vind dat de regels in de Bijbel onder de loep genomen moeten worden.
Wanneer je tegen slavernij kunt zijn (terecht) en kunt afkeuren dat we elkaar moeten stenigen omdat we kleren dragen van wol en zijde, kunnen we ook ophouden de ltgb-gemeenschap te veroordelen.
Wanneer we auto kunnen rijden om ergens te komen in plaats van met paard en wagen, kunnen we ook de rolverdeling tussen man en vrouw onder de loep nemen.
Wanneer we kunnen beweren christen te zijn en wel werkzaam zijn in het leger, kunnen we ook die moslim lief hebben.
Waarom deze voorbeelden?
Ik neem aan dat ik de slavernij, die in het oude testament nog gewoon was en legaal, niet hoef te verklaren. Slavernij is een gif dat door de eeuwen heen is voorgekomen en waarvan we nog steeds niet vrij zijn. En dat er nog steeds niet wordt beweerd dat slavendrijvers en mensenhandelaren in de hel komen, kan ik niet begrijpen. Dat het überhaupt nog voorkomt in onze tijd vind ik stuitend en ik lig er soms wakker van. En toch laat men het toe. Ik zie nergens christelijke actiegroepen om dit onrecht aan de kaak te stellen.
Wat betreft auto rijden (en vliegen en andere dingen die een aanslag zijn op het milieu). God gaf aan Adam en Eva de opdracht om goed voor de aarde te zorgen. Dat moesten ze met liefde en respect doen. Kijk naar wat voor puinzooi we er met zijn allen van maken, ook mensen die zich christen noemen. Hoeveel christelijke milieu groeperingen zijn er?
Wat betreft het leger en het zijn van christen kan ik ook kort zijn. "Gij zult niet doodslaan". Welke wet was dat ook alweer? Voor zover ik weet is daar geen enkele uitzondering op geschreven.

Deze ketter heeft haar eigen Evangelie. En dat zal zij verkondigen, tot de brandstapel.
Al die heilige boeken zijn subliem. Allemaal geven ze een prachtige wijze van de waarheid weer. Allemaal zijn ze het waardig om na te leven, om ervoor te leven.
Maar dood uit naam van geen enkele. Haat nimmer, met een heilig boek in de hand.
Predik liefde en verdraagzaamheid. Draag dit uit en toon het, in elke daad van uw hand.
Alles wat u doet, doe het met passie, compassie, liefde en medeleven. Uit naam van Jwh, God en Allah, want Zij Zijn Eender.

Ik heb u zo ontzettend lief.

Geheel de Uwe,

Mystic M.

maandag 22 juni 2020

Waarom ik ga branden deel 9: Ik wordt beïnvloed door esotherie en niet-Christelijke leer

Lieve leukerds en leuke lieverds,

Het negende epistel waarom ik ga branden. En dit haakt een beetje in op eerder genoemde zonden. Maar ik denk dat we wel kunnen stellen dat ze overlap hebben en met elkaar samenhangen. Een soort van: Door de ene zonde, de andere en zonder de andere zonde geen eerste of derde.

Een grote les van mijn ouders: Onderzoekt alles en behoud het goede. Een les die, als ik het goed heb, gewoon uit de Bijbel komt. Ik heb me er in ieder geval aan gehouden. Vond het leuk om te leren en stak dus ook overal mijn licht op. Want wat is er nu leuker dan om iets te leren waarvan je het bestaan niet kon bevroeden? Iets wat je horizon verbreedt, je een rijker en dieper denkend mens maakt.

Mystiek, kleurenleer en de toepassing ervan. Op de één of andere manier had kleurenleer en de toepassing ervan een aantrekkingskracht op mij. Het heeft een waarde, die ik niet kan omschrijven. In combinatie met de feestdagen in het jaar en de wisseling der seizoenen kun je er zo veel mee! Het geeft verdieping, maakt de mystiek mooier en indringender.
Ook symbolen waren vanaf dat ik een kleine meid was echt helemaal de bom. Van elk teken wilde ik weten waar het voor stond, waar het vandaan kwam, tot welk eventuele geloof het behoorde en wat dan de overlap was tussen de eventuele betekenis in het ene geloof ten overstaande van het andere. Ik was een spons. Nam het op, paste het toe, probeerde combinaties te maken. En daarbij keel ik er niet naar uit welke religie de symbolen kwamen.

Wit staat bijvoorbeeld voor reinheid en maagdelijkheid bij de Christenen en bij de Surinaamse religie (Winti, als ik het goed heb onthouden) voor de dood. Ik vind het geweldig dat elke cultuur en religie zijn eigen invulling en gebruiken heeft om bepaalde symbolen en kleuren. Daar kan ik intens van genieten. Het maakt ons immers allemaal mens. En laat zien hoe gelijk wij zijn in onze diversiteit.
Ik spitste me echter wel toe op de Christelijke symboliek en kleurenleer. Dat is immers waar ik me aan houd en waar ik het meeste van tegen zal komen.
Dus.. Paars is verwachting, rood is liefde, blauw is geloof, geel is haat en zo nog meer. 

Oepsie. Helemaal fout. Kleurenleer is blijkbaar onzin en brengt je alleen maar af van het rechte pad. Daar mag ik mij niet mee inlaten.
Dus wederom werd alle kennis verwijderd en mocht ik me er verder niet mee inlaten.

De kennis is ondertussen verwaterd. Ik heb me op andere dingen toegelegd. Ik ben een beetje teleurgesteld in het feit dat blijkbaar álles waar ik interesse in had niet goed was. Dat ik niets goed kan doen en alles per definitie van de duivel is.
Zit die duivel dan daadwerkelijk in elk hoekje? Is hij echt altijd iedereen aan het verleiden? Moet hij nooit rusten dan?
Ik kan me niet voorstellen dat er een mini Beëlzebubje is dat 24/7 aan het broeden is om mijn ziel te winnen. Kost veel te veel tijd, je hebt hordes demonen nodig voor al die zielen en je wint er echt niet genoeg zielen mee om er voor de dag des oordeels, bij het laatste gevecht, een fatsoenlijk leger mee op de been te brengen.
De duivel lijkt mij een praktisch wezen. Zo min mogelijk poespas, de weg van de minste weerstand en de grootste resultaten. Dat red je niet wanneer je op elke ziel een demon zet. Voor je het weet heb je als heerser van het kwaad ook nog eens concurrentie voor je troon.
Nee, je wilt gelijk een hoog geplaatst persoon verleiden, zodat in diens kielzog een hele groep mensen meegaat. Daar heb je best een groepje wat sterkere djinn voor over. Als zij met z'n zessen die ene politicus meekrijgen, komen er vanzelf 15 andere zielen mee. Dat is een mega win-situatie. En wat dacht je van al die fans van die politicus? Stuk makkelijker om die ook naar je kamp te krijgen.

Klaar met de beeldspraak. Ondertussen raak ik wel een klein beetje in de overtuiging dat er een klein irritant hoorntje met een piepstem een Atari of Commodore 64 op mij gelocked heeft staan. Iedere keer dat er iets leuks gebeurt en het voor langere tijd goed gaat, wordt het getorpedeerd. Ik lijk niet gelukkig te mogen zijn, ik moet altijd een probleem hebben. Als er niks is, dan creëert mijn brein vanzelf wel een probleem.

Is dat een straf? Is dat God's toorn omdat ik niet een model Christen ben? Ik weet het niet.
Zelf geloof ik niet dat ik kan branden omdat ik dol ben op symboliek en kleurenleer. De Bijbel zit vol met symboliek. Ik begrijp daadwerkelijk niet wat ik nu precies verkeerd gedaan heb.

Misschien dat ik het weer eens oppak. Ik zou alleen niet weten wat het nut ervan zou zijn. Er is immers geen reden om er gebruik van te gaan maken. Ik behoor niet tot een kerk (waar die kennis gewaardeerd wordt) en ik dobber mijlenver van het pad van de rechtvaardige Christen. Ik durf derhalve ook gewoon niet meer. Niet meer naar de kerk, niet meer te zeggen wat mij boeit. Het is immers toch allemaal niet goed en verderfelijke waar.


Geheel de Uwe,

Mystic M.

vrijdag 19 juni 2020

Waarom ik ga branden deel 8: Ik ben een heks, ik heel en heul met de duivel

Lieve leukerds en leuke lieverds,
 
Epistel nummer acht alweer. En hiervoor gaan we toch weer terug naar het bekende kerkje.
Ik ben een heks, ik heel en heul met de duivel. Dus hup! De brandstapel op met mij!
 
Ondertussen snappen we allemaal wel dat mijn leven een beetje anders is verlopen dan dat van de gemiddelde Nederlander. Op sommige punten ben ik bevoorrecht. Daar ben ik mij van bewust en dankbaar voor.  Op andere punten heb ik het zwaar gehad, ben ik achtergesteld of zelfs aan de kant gezet.
Doordat ik een fysieke beperking heb dachten mensen nogal eens dat ik dom ben. Wat zeg ik... Nog steeds zijn er holbewoners die een handicap scharen aan dom. En die holbewoners komen in alle lagen van de bevolking voor. (Voor enig bewijs verwijs ik u naar de geslagen flater in Den Haag die de participatiewet heet. Kijk eens naar wat er in de loop der jaren met gehandicapten gedaan is. Zie dat er vooral OVER deze mensen gepraat is en geconcludeerd. Er is niet MET ze gepraat of aan hen gevraagd wat een oplossing zou zijn. En weet dan dat de beslissingen die gemaakt zijn, zogenaamd door intelligente en niet geestelijk achtergestelde mensen gedaan is. Goed. Dit was even een stukje persoonlijke extra frustratie. Sorry.)
 
Maar ik ben anders op meerdere vlakken. Al dat ik een jonge meid was zag en hoorde ik dingen die anderen niet zien en horen. Ik voel in kastelen waar de kelders eindigen en de kerkers beginnen. Ik ruik en proef de stalen geur van bloed, de pek, het angstzweet. Ik voel de pijn, de vernedering. Ik hoor soms ook vlagen van gekrijs of andere stemmen.
Op plekken waar veel gebeurt is en er een lange geschiedenis is, moet ik me echt afsluiten. Na het donker moet ik er niet komen.
De slagvelden van de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld. Als ik daar in het donker zou komen, word ik helemaal gek. Want het is daar zo druk met al die zielen. Zielen die geen rust hebben, maar ook nog resten van emoties van al die arme mannen. De angsten en pijnen, de wanhoop en frustraties. Dat gaat een eigen leven leiden. Al die emoties ballen zich samen en worden hun eigen entiteit. En ik kan die waarnemen. Raak erdoor beïnvloed als ik niet oppas.
Ook voel ik emoties aan. Ik weet redelijk snel wanneer iemand echt liegt of dingen verzwijgt. Ook als ik die persoon eigenlijk helemaal niet ken. Emoties kunnen nog zo goed verborgen worden, ik kom er redelijk snel achter wanneer ik me ertoe zet.
Met één uitzondering: Wanneer iemand verliefd is op specifiek mij. Dat zie ik NOOIT. En dat ligt hem voor de volle 100% aan mij. Komt omdat ik niet kan begrijpen dat iemand mij seksueel aantrekkelijk zou kunnen vinden. Ik ben immers niet mooi, niet slank, niet meer de jongste, geen pronkstuk en ook niet een van de slimsten van de klas. Dus ik zie niet hoe hard die ander probeert mij het hof te maken. Als de liefde voor iemand anders is echter, dan zie ik dat gelijk.
 
Ik zie en voel een soort van trillingen. Alsof ik hertzgolven uit de lucht pik. Je trilt op een bepaalt niveau. Wanneer er iets uit balans is, verstoort dat de trilling. Ik voel dat, kan iets aanpassen en die verstoring weghalen. Vraag me niet hoe het kan. Geen idee hoe ik het doe. Maar ik doe het en het helpt. Het geeft energie, heling, verlichting. Mensen zijn erbij gebaat.
Ik kan een trucje uithalen waardoor wonden sneller genezen. Een eventueel litteken wordt kleiner en minder goed zichtbaar. Ik heb mensen van hun hoofdpijn afgeholpen.
Vraag me niet hoe ik het voor elkaar krijg. Ik focus mijn energie. Dat is het enige dat ik kan vertellen. Geen idee hoe ik het doe, maar het werkt.
 
Daarnaast was ik veel bezig met planten en kruiden. En dan met name de geneeskrachtige werking ervan. Bij blaasontsteking bijvoorbeeld. Drink Cranberriesap. Minimaal een liter per dag. Ga op de wc wonen met een boek, spoel af en toe door en probeer bij elke plas die je voelt komen niet tegen te houden. In het begin is dat hel, ik weet er alles van. De pijnscheut is voelbaar van het puntje van je plasbuis tot het einde van je anus. Maar er zal steeds meer lukken. Drie dagen Cranberriesap en je bent ervan af. Het is een hardcore methode, maar hij werkt. Ik heb hem tussen mijn 12e en 28e minimaal 4 keer per jaar gebruikt.
 
Dat ik in de kerk vertelde dingen te zien en te kunnen, werd ik gelijk als heks weggezet. Wat ik deed was duivels. Deze heling was absoluut niet goed. Ook de plantenkunde moest ik links laten liggen. Ik moest naar de dokter of vertrouwen op God. Zelf uitzoeken mocht absoluut niet.
Ik moest ermee stoppen, me ervoor afsluiten en bidden om vergeving. En hoe meer ik me probeerde af te sluiten, hoe meer er werd getrokken. Hoe meer er naar voren kwam.
Maar het is slecht, het mag niet.
 
Volslagen over mijn toeren, je wilt immers God's Wil doen en dat gaat zo niet, heb ik de Bijbel ter hand genomen, eerst gebeden en toen lukraak de Bijbel opengegooid. Het moest blijkbaar zo zijn, want ik kwam uit bij 1 Korinthiërs 12 vers 1 tot en met 10. Hierin worden de Gaven van de Geest uitgelegd. De kunsten die God uitdeelt aan Zijn communie, om elkaar te helpen en Hem te dienen. Hierin staat letterlijk dat God de gave geeft om zieken te genezen. Dat mensen dat kunnen.
Nu, in de tijd dat dit geschreven werd bestond er nog helemaal geen ziekenhuis. Een huisarts hadden ze ook nog nooit van gehoord en een chirurgijn ook niet. Er werd wel aan handoplegging gedaan.
En dat ik daarmee aan kwam, met de Bijbeltekst in de hand, had ik weer ruzie. Hoe durfde ik allereerst iets uit te zoeken. Ze hadden toch gezegd dat. Daarnaast... Handoplegging wordt door de dominee gedaan. Dat doet hij uit naam van Jezus Christus. En wat ik zou doen is enkel van de duivel. Onder geen beding zou wat ik doe Goddelijk kunnen zijn. Ik moest met mijn opleggingen, poeders en zalfjes naar de hel. Ik was slecht tot op het bot. En ik kreeg dit te horen waar best wat mensen bij stonden.
 
Nog steeds weet ik niet wat er fout is aan wat ik deed. Ik begrijp het als mensen het eng vinden wat ik kan. Ik snap zelfs dat mensen het de grootst mogelijke onzin vinden en dit hele stuk met ongeloof lezen. Dat is je goed recht.
Maar ik heb het gedaan en het hielp echt. En dat was ook mijn intentie. Ik zal nooit iets doen met de intentie wie dan ook schade te berokkenen. Zelfs die hufters die me verkrachtten, hebben niets van mij te vrezen. Daarvoor vertrouw ik op God en Zijn oordeel.
Wanneer ik mijn handen gebruik om te helen, doe ik dat uit liefde, anders niet. Ik zie dat iemand lijdt, ik kan daar wat aan doen. Wat is er mis met de geboden hulp?
 
De redenen die ik aangedragen kreeg vond ik apart. Ze hadden het over het oproepen van geesten en glaasje draaien. Ze hadden er zelfs een avond aan geweid op de jeugdsoos. En ik mocht die avond niet komen. Want ik zou er een verkeerde interpretatie aan geven.
Dat klopt. Want er zit een wezenlijk verschil. Ik heb nog NOOIT iets opgeroepen. Glaasje draaien is een gevaarlijk spel waar iedereen ver weg van moet blijven. De zogenaamde sceance's zijn bloedlink. Ik laat me er niet mee in.
Maar ja, zij hadden al lang besloten dat ik slecht was. Dat wat ik zei een leugen was. Dus ook nu kon ik met Korinthiërs aankomen zetten. Ik had er nog 5 teksten bij kunnen halen. Ik was slechts een kind en een meisje, dus ik wist dat niet.
 
Ik zeg het nog maar eens. Álles wat ik doe, doe ik met liefde. Elke aanraking, elke liefkozing en dus ook elke handoplegging. Ik beweer niet dat de kracht die je ervaart van mij komt. Sterker nog, ik denk dat ik op dat moment gebruikt word. Maar dat word ik niet door de duivel. Volgens de Christelijke leer werkt de duivel immers met verleiding, niet met liefde. En wat wint Hoorntje nu precies wanneer ik jou van jouw hoofdpijn afhelp? Je bedankt mij, hopelijk ook God. Je zult je niet wenden tot Bokkenpoot. Ik verdien er niks mee, ik ga niet in blote bips in het maanlicht staan en Beëlzebub vereren. Ik ben immers moeder, dus ik heb wel betere dingen te doen met mijn tijd. Ik wil liefde verspreiden. Liefde, leven, hoop, geloof en licht. En daar doe ik alles voor.
 
Mochten mensen nog andere teksten vinden die mij helpen in mijn verweer, dan hoor ik het graag. Ik voel me zwaar onbegrepen en een roepende in de woestijn.
 
 
Geheel de Uwe,
 
Mystic M.

donderdag 18 juni 2020

Waarom ik ga branden deel 7: Ik ben van de regenboogvlag.

Lieve leukerds en leuke lieverds,
 
De zevende reden waarom ik naar het vagevuur ga is simpel. Het is mijn geaardheid. Niet veel mensen weten dit, want ik hang het niet aan de grote klok en handel er niet naar. Maar ik ben dus biseksueel.
 
Mijn eisen pakket bij vrouwen is hoger dan bij mannen. En met mannen doe ik - waarschijnlijk door mijn verleden van misbruik, mishandeling, aanranding en verkrachting- al verschrikkelijk moeilijk.
Wanneer het een vrouw betreft, moet ze ook echt een vrouw zijn. Ik wil jurken, gelakte nageltjes, hoge hakken. De hele rimram. Een wat mannelijk type is niks voor mij. Dan neem ik wel een man. Maar dit is meer uitleg van wat ik dan wil en eigenlijk helemaal niet ter zake doende.
 
Het was in het begin voor mij heel moeilijk te accepteren. Ik heb er namelijk mijn eigen vooroordeel mee blootgelegd.
Ik was altijd overtuigd dat je óf hetero óf homo bent. Wanneer je beweerde bi te zijn was je gewoon seks-belust en kon het je niet schelen waar dat gat zat, als jij maar aan je trekken komt. Je doet het gewoon met iedereen en bent een soort van wissel beker. Onder het mom van: 'Heb jij hem/haar al gehad? Nee? Nou hier dan. Geef je hem/haar ook weer door aan de volgende?'
Ik walg bij dat idee. Ik ben geen merklap waar iedereen zijn/haar naam op kan zetten. Mijn lichaam is een exclusieve tempel en een nog exclusiever amusementspark. De tempel is te betreden voor hen die mij lief zijn in de vorm van een knuffel en een zoen. Een streling en een schouderklop. Het amusementspark is slechts voor één persoon toegankelijk: mijn geliefde.
 
Maar het overkwam me dus. Ik zat op de havo voor volwassenen. En daar was mijn 5 jaar oudere lerares Engels.
O, wat was ze mooi. Lange benen met een mooie ronde kont. Glinsterende ogen en prachtig lang haar. Een prachtige mix van Nederlands en Indonesisch bloed.
Ze kon lachen om mijn mythologische grappen, was bekend met  en bedreven in het maken van taalkundige grappen. Zeer geïnteresseerd in kunst, cultuur en muziek. Ik kon mijn hart bij haar ophalen. En omdat ze les gaf kon ik zo veel van haar leren. Ze was een bron van informatie. En ik nam die kennis op als een spons. Ik wervelde en maakte connecties met die kennis. Alles om haar te plezieren, naar me te laten kijken, haar van me te laten houden.
En ik werd dus met mijn neus op mijn eigen vooroordeel gedrukt. Ik ben bi. En geen seks belust persoon. Ik wilde er immers maar eentje. Mijn droom van 'de eerste en de enige' was toen nog niet vervlogen. Dus mijn hele idee van seks-belust zijn klopte niet.
Daar heb ik het kort moeilijk mee gehad. Tot ik accepteerde dat dit een vooroordeel van mij geweest is. Dat bleek niet te kloppen, dat wist ik nu. Ik kon het dus naast me neerleggen en doorgaan met een frisse start en een nieuw idee. Een wijdere blik, zo te zeggen, op meerdere vlakken.
 
Vervolgens heb ik nog lang geworsteld met mijn identiteit. Want in elke relatie die je aangaat mis je iets. Een relatie met een man is nu eenmaal anders dan met een vrouw.
Vrouwen zijn teder, gepassioneerd. Kunnen je met fluweel zachte handen over golven van genot sturen naar hoogten waarvan je het bestaan niet eens durfde te vermoeden. Een vrouw weet immers hoe die golven stromen, ze heeft ze zelf ook en kan je vrouwelijkheid dus met glorie bespelen.
Mannen zijn wat ruwer. Goed geschikt om je op bed te smijten en te nemen onder zeven atmosferen, waardoor je de rest van de dag rondloopt met het idee dat je bekken twee centimeter uit elkaar is geduwd. Ook dat kan golven van genot geven en geeft het gevoel dat je vrouw bent. Ik heb er in ieder geval niets op tegen als dit af en toe gebeurt. Maar het is toch echt anders.
Het is allebei sensueel, gepassioneerd, verslavend en niet te combineren. Wat je krijgt bij de één, mis je bij de ander. Maar al zou je het willen, het is niet te combineren. Je zult moeten kiezen.
 
Ik heb er heel bewust voor gekozen om de vrouwen naast mij neer te leggen en alleen naar mannen te kijken, op amoureus gebied. Dit omdat het dan gewoon wat makkelijker is. Biseksualiteit wordt ook in de homo gemeenschap niet echt geaccepteerd. En ik ben al gehandicapt, dus laat ik nu niet voor nog meer kruizen achter mijn naam zorgen. Misschien niet de meest optimale reden, misschien verloochen ik mezelf zelfs een beetje, maar het maakt het voor mij wel makkelijker. Mijn leven is al moeilijk genoeg.
Daarnaast... Veel ervaring met vrouwen heb ik niet. Om dat te krijgen, zul je eerst uit de kast moeten komen. En daar had ik niet de beste ervaringen mee. Te vaak de vraag gekregen of er met mij dan een triootje in zat. Met een blik daarbij waar ik spontaan de neiging van kreeg om over te geven.
Luister lieverd... Dat ik nu zo open en eerlijk over sensualiteit en mijn leven praat, houdt niet in dat jij nu alles kunt en mag. Ik ben eerlijk in mijn verhaal en oprecht. Maar details over wat er in de slaapkamer gebeurt houd ik liever voor mezelf. Wat ik precies wel en niet doe en met wie, gaat jou niks aan. En ik verwijs je voor de rest graag naar het eerder gegeven verhaal over het zijn van een tempel en amusementspark.
 
Maar in essentie ben ik dus bi. En dat valt onder de regenboogvlag.
In Leviticus staat dat dit niet mag. En ik heb wel eens geroepen dat Jezus helemaal niets gezegd heeft over het zijn van homo en dat we Zijn leer aanhouden, dus dat je over homo's niet zo moeilijk moet doen. Maar dat zag ik dan toch verkeerd, niet eens anders.
Ik begreep het geloof ik sowieso niet. In de Bijbel staat ook dat een man zijn dochter als slaaf mag verkopen. Ja mensen. Dat staat er echt. Net zoals dat je gestenigd moet worden wanneer je kleren draagt van een mixdraad. Een mixdraad is een stof die bestaat uit minimaal twee grondstoffen. Katoen met elastan bijvoorbeeld, of een wol met katoen mix. Daar moet je dan voor dood.
Van deze regels wordt dan gezegd dat je het in de tijd moet zien. Dat dit niet houdbaar is en dat het aangepast moet worden.
Is het echt zo moeilijk om een kledingstuk enkel van zijde, katoen of wol te maken? Oké.
Deze regel wordt dus aangepast.
Maar we blijven wel mensen veroordelen om hoe ze liefhebben. Dat moeten ze wel aanpassen. Doen ze dat niet, dan mag je ze beschimpen, in elkaar slaan en buitensluiten. Dan moet je ze zelfs terechtwijzen op hun 'wandaad'.
 
Voor deze zonde ben ik niet zo bang. Ik geloof namelijk echt niet, dat God daar echt onderscheid in maakt. Hij heeft elke homo/lesbo/etc. immers ook gemaakt. En Hij wist dat ze zo zouden zijn. Dat is Zijn werk.
En mocht het toch niet zo zijn, dan is dat een zaak tussen Hem en die homo/lesbo/etc om op te lossen. Niet aan jou of mij.
Wanneer jij het niet fijn vindt om het te doen met iemand van jouw geslacht, doe je dat niet. Je wordt er niet door veroordeelt, ze zullen je geen pamflet geven dat jij je bekeren moet. Doe dat dan svp bij hen ook niet.
Oordeelt niet, opdat gij niet beoordeelt wordt.
 
 
Geheel de Uwe,
Mystic M.

dinsdag 16 juni 2020

Waarom ik ga branden deel 6: Ik verloochen

Lieve leukerds en leuke lieverds,

Deze vind ik eerlijk gezegd een beetje moeilijk uit te leggen. Misschien van al de epistels wel DE moeilijkste. Onder andere omdat ik ook niet helemaal wist wat ik ervan denken moest, toen ik het voor de voeten geworpen kreeg. En het zo nou samen hangt met andere zonden hangt waar ik voor ga branden. Ze zijn zo met elkaar verstrengeld en lopen in elkaar over. En omdat ik het er ook nog eens deels mee eens ben dát ik verloochen. Alleen met een andere oorsprong dan wat er tegen me gezegd werd.

Waarom ik ga branden deel 6: Ik verloochen
 
De reden waarom ik zou verloochenen, vind ik zelf meer ongehoorzaamheid. Ik doe namelijk niet wat me gezegd wordt.
We moeten weer terug naar de tijd van het kerkje. Er was daar een bepaald verwachtingspatroon. En rollenpatroon. De man is daar echt het hoofd van het gezin. Wat hij zegt is welgedaan, als vrouw ga je niet in discussie en doe je klakkeloos wat hij zegt.
Is er tussen twee mensen een geschil? Wanneer dit is tussen een man en een vrouw, heeft de man per definitie gelijk. Als vrouw hoor je niet tegen de man in te gaan. Of dit nu jouw man is, of een andere. Enige waarbij een volwassen vrouw meer te zeggen heeft, is wanneer het om een jongen onder de 18 a 21 jaar betreft. Verder heb je te luisteren en te doen wat hij zegt. (Wanneer het binnen het eerbare is natuurlijk, want we moeten maagd blijven tot het huwelijk.)
Vrouwen volgen wat de heren zeggen. Stoppen met werken zodra ze trouwen en gaan dan thuis zitten wachten tot er kinderen komen. Studeren mag best, maar schop het vooral niet verder dan je man. Een man met een universitaire studie mag prima met een vrouw met HBO opleiding of lager. Maar andersom (Lees: Zij zou meer verdienen dan hij) is uit den boze.
 
Ik dreef daar altijd tegenin. Ik kan niet verkroppen dat ik geen gelijk krijg, enkel en alleen omdat de andere partij een man betreft. Dat vind ik een smoes, geen reden. Wanneer jij gelijk hebt, krijg je dat. Op voorwaarde dat je dat ook kunt bewijzen. En als je dat bewezen hebt, is het gelijk aan jouw kant en geef ik dat ruiterlijk toe. Of je nu man of vrouw bent, dik of dun, wit of bruin, volwassene of kind. Eerbaarheid staat in dezen bij mij hoog in het vaandel. Heb je geen gelijk, dan kun je op je hoofd gaan staan. Wat ik eventueel toegeef is dat wij ieder een andere mening hebben en daar zul je het mee moeten doen.
Daar moest ik gewoon de kop buigen. Ook al kwam ik met 1000 bewijzen dat ík gelijk had en niet hij. Ook al had ik er 100 Bijbelteksten bij die aangaven dat ik in ieder geval niet verkeerd zat en er dus meerdere interpretaties mogelijk waren, ik moest mijn mond houden en zwijgen. Want in Kolossenzen staat dat de vrouw onderdanig moet zijn aan de vrouw. Dat heeft Paulus gezegd en dus is dat zo.
Dat ik weiger me zomaar te onderwerpen, werd niet gewaardeerd en dus ga ik branden. Ik had gewoon braaf onder elke man moeten dienen.
Ja, hallo!! Ik kan er niets aan doen dat Paulus (schrijver van de brief aan de Kolossenzen) gefrustreerd was omdat hij geen vrouw kon krijgen. Ik snap dat hij dan gaat roepen dat we onderdanig moeten zijn en doen wat de man opdraagt, want dat komen die mannen aan hun trekken. Ik wil daar echter niet op die manier aan meewerken. Geloof me, een gewillige vrouw is nog altijd leuker tussen de lakens dan een dame die jij je wil oplegt. Maar daar zul je als man dan wel een beetje je best voor moeten doen. Doe iets aan je voorspel.
Maar ik dwaal af, ik had het over verloochening.
Ik volg nu wel degelijk mijn man. En het feit dat ik niet op mijn knieën val houdt echt niet in dat ik mijn man niet liefheb. En dat hij niet de belangrijkste zou zijn is ook niet waar.
Dat brengt me wel op het feit dat ik inderdaad aan zelfverloochening heb gedaan. Ik werd best wel feministisch opgevoed. Studeren was belangrijk, een hoge studie doen gaf status en aanzien. Mijn ouders -nu ja, vooral mijn moeder- hamerden erop dat ik als vrouw onafhankelijk moest kunnen zijn. Dat ik het in mijn eentje moest kunnen en vooral gaan leren. Niet afhankelijk zijn van een man, zelf nadenken en niet volgen. Wees je eigen persoon.
En jaren heb ik er dan ook voor gestreden om dat te doen en te zijn. Ik heb me te barste geleerd om maar dat havo diploma in de wacht te slepen. Vervolgopleidingen liepen niet, omdat de scholen mij te groot waren en ik altijd de verkeerde opleiding koos. Ik heb nooit geweten wat ik exact wilde worden. Ik wilde gaan schrijven. Want dat kan ik, daar heb ik talent voor en ik vind het leuk. Ik kan uren vertoeven achter die laptop, met klassieke muziek op de achtergrond. Maar wat ik exact ermee doen moet is mij nog steeds een mysterie, verpakt in een enigma.
Wel ging ik overal tegenin. Door dat kerkje was ik allergisch geworden voor iedereen die zei wat ik moest doen. Zodra een man met een idee kwam, ging ik er eigenlijk bij voorbaat al tegenin. Want ik zou me niet laten vertellen wat ik wel en niet zou laten doen en zeker niet door een man.
Ik heb het mezelf om deze reden heel moeilijk gemaakt. Het zal me niets verbazen als ik daardoor menig potentieel partner weggejaagd heb. En ik ben nog steeds een vurig en intens type.
Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat ik helemaal geen feministisch type ben. Ja, ik heb een eigen mening. Ik wil worden uitgedaagd, ik verwacht dat er naar mijn mening en wensen geluisterd wordt.
Wanneer er besluiten moeten worden gemaakt, heb ik een stem in het kapittel. Ik ren niet klakkeloos achter mijn man aan. En op sommige punten wil ik gewoon mijn zin.
Gaat het bv om een nieuwe wasmachine, dan wil ik de keuze maken. Ík ben degene die het meeste met dat ding werkt. Dus ik moet hem fijn vinden. Ik zoek uit wat de zuinigste is, wat het kost, het meest bewust is en kom met een berekening om te vertellen dat het echt die ene MOET worden. En dan wil ik die ook. Ik heb het immers uitgezocht, al zou ik het wel vinden als hij nog even de berekening nagaat. Ik ben geen reken wonder en maak daar wel eens fouten. Dus check het svp even. Maar als de berekening klopt, wordt het gewoon DIE wasmachine. Punt.
Op andere punten ben ik heel volgzaam. Als het gaat om bv een nieuwe auto... Dat zoekt hij maar uit. Ik heb niet eens een rijbewijs. Dus hij moet ermee overweg kunnen. Het enige dat ik vraag, is dat hij let op de instap en de stoelen. Ik heb last van mijn rug en heb dus een goede instap en stoel nodig. Ford en Skoda vallen dus af, na  een half uurtje kom ik al gebroken uit die auto. Verder zoekt hij maar uit wat hij wil. (O, wacht. Schat... Wordt het svp een rode? Look at al the pretty colours!!!!)
Geeft manlief over 5 jaar aan dat hij toch weer wil verhuizen, dan gebeurt dat. Ik wil niet naar de andere kant van het land, want dan mis ik vrienden en familie zo. Maar dan wordt de boel toch echt ingepakt en vertrekken we. Ik zal hem volgen.
En wanneer er beslissingen moeten worden gemaakt waarin wij beiden evenveel rechten zouden hebben, dan krijgt hij zijn zin. Ik ben helemaal niet zo feministisch.
Ik sta verdorie het huishouden te doen, onze dochter op te voeden, huishoudelijke zaken te regelen en zijn blouses te strijken en broeken te persen. Ik ben een vleesgeworden stand by your man type. En daar voel ik me een stuk gelukkiger bij dan dat ik een carrière zou moeten hebben.
Tuurlijk wil ik mijn eigen dingen doen. Ik wil uitgedaagd worden om verder te ontwikkelen en na te denken. Maar toch... Dat kerkje heeft zijn zin gekregen. Ik volg mijn man. En dat uit eigen vrije wil.
 
Maar ik heb dus wel jarenlang mezelf verloochend. Door te zeggen dat ik iets was, wat uiteindelijk helemaal niet zo bleek te zijn. En ik was daar jaren diep ongelukkig mee. Ben erdoor met partners in zee gegaan die helemaal niet bij mij pasten, heb keuzes gemaakt met verkeerde beweegredenen en dus desastreuse uitkomsten.
Dat was dom. Dat was verdrietig en ik heb het mezelf onmogelijk gemaakt. Maar ik denk niet dat ik daarom zal branden. Ten eerste heb ik er berouw van en heb ik ervoor geboet in alle fouten die gemaakt zijn. Ten tweede doe ik het niet meer.
Ik ben nog steeds even onstuimig. Nog altijd hartstochtelijk en fel. En ik weiger nog steeds mijn kop te buigen voor wie dan ook. Maar ik doe het nu op mijn manier. En ik geef je gelijk wanneer je dat hebt.
Met passie, compassie, hartstocht en vol overgave wil ik mij toeleggen op alles. En anders doen we het maar niet.
Velen vinden mij er te intens en te vurig door. En dat zorgt geregeld voor verdriet, teleurstelling en pijn. Banen die ik niet krijg of me weer worden afgenomen, relaties die stuk lopen. Maar ik kan niet anders meer. Ik ga me niet indammen voor een ander. Liever 10 mensen om mij heen die mij waarderen voor mijn hartstocht, dan 100 mensen die mij accepteren onder bepaalde voorwaarden.
 
God heeft mij zo gemaakt en daar zal Hij vast een doel mee hebben. Dat kán niet zijn om voor mijn hartstocht te eindigen in een oventje.
 
Geheel de Uwe,
 
Mystic M. 

zondag 14 juni 2020

Waarom ik ga branden deel 5: Ik heb de Heere niet (genoeg) lief.

Lieve leukerds en leuke lieverds,
 
Vandaag deel 5 in mijn epistels waarom ik de sauna voor eeuwig ga verblijden met mijn aanwezigheid: Ik heb de Heere niet (genoeg) lief.
 
Mijn ouders hebben mij altijd een Christelijke opvoeding gegeven, met de bijbehorende normen en waarden. Nu ja, eigenlijk was het haast meer een Christelijk sausje. Pa en ma hielden er een aantal aparte ideeën op na. Onder andere dat ik vooral zelf op onderzoek moest gaan over wat ik wel en niet geloof. Onderzoek alles, behoud het goede. En ga vooral ook eens kijken bij de andere religies. Dus ik was met mijn 14e en 15e in de bibliotheek te vinden om te lezen over het Jodendom, Hindoeïsme, Boeddhisme, Islam.
 
Het Hindoeïsme en Boeddhisme vielen al snel af. Het geboren worden in kasten, als westerling ben je wel een kasteloze maar toch niet zo erg als een kasteloze in het oosten. Je moet door verlichting hopen in een volgend leven een sportje hoger te komen, de Goden staan in een complexe dans tegenover elkaar en de mens, maar dienen dan weer wel. Ik begreep er niets van. En datgene wat ik er wel van begreep, daar was ik het dan weer niet mee eens. Of ik vind dat de houding niet werkt in deze westerse maatschappij. Het tolde me voor de ogen en ik raakte erdoor van slag.
 
Het Jodendom boezemde mij ontzag in. Het is immers de bakermat. De oorsprong van de drie Abrahamistische religies. Zonder Joden geen Christendom, geen Islam. Dus, respect en buigen voor deze heren van wijsheid, welke religie je ook kiest. Maar het is het niet voor mij. De regels waren zo strak.
Ik kwam er geen wijs uit, die koosjere keuken. Moeilijk is het niet om geen varkensvlees, zeevruchten en vlees-met-zuivel-combinaties te eten. Dat is zo in je systeem gezet. Maar dat 'wanneer eet je dit, wanneer dat' en de dubbele keuken om alles te kunnen bereiden... Ik werd al gek als ik daar alleen maar aan dacht. En toetreden zou niet kunnen. Ik ben geen Jodin, mijn moeder is geen Jood. Interessant ben ik dus niet voor een Joodse man. Ik zou er nooit bij horen. Dus ook dit was het niet voor mij.
 
De Islam. De Koran heb ik van kaft tot kaft gelezen. Dit is dan ook de reden dat ik nog wel eens in de clinch lig met Moslims. Dan zeggen ze dat iets niet mag van hun geloof. 'Dat is niet zo', is dan mijn antwoord. 'Dat mag niet volgens je tradities. Je cultuur heeft niets te maken met je religie. In de Koran staat daar helemaal niets over.'
Dat is moeilijk natuurlijk. Tradities uit de omgeving verworden vaak tot één met een religie. Van de helft van de Christelijke gebruiken weten wij ook niet meer of het bij het geloof hoort, of het een oudere traditie is of iets typisch Nederlands.
Euvel blijft natuurlijk... Aan tradities mag je tornen. En als iets niet mag van een religie, heb je gelijk het recht verworven om ermee door te gaan. Aan geloof wordt niet gesleuteld. Maar als voorbeeld: In de Koran staat helemaal niet dat een vrouw zich moet sluieren of met een burka moet lopen. Er staat dat ze zichzelf beschermen moet tegen de aandacht van de man. (Ik lees daar dan altijd in: want mannen kunnen zichzelf niet beheersen. Vandaar dat vrouwen overal de schuld van krijgen en de restricties. Maar dat is dan weer mijn dwarse kop.) Vrouwen moeten zich beschermen. Nergens staat hoe of wat dat is. Wat is te bloot? Wat is te uitdagend? Ik loop met blote armen en een rok tot op de knie. Er zullen mensen zijn die dit te uitdagend vinden. In vergelijking met anderen kleed ik mij als een preutse tut. Ik bedek mijn haren niet, maar heb ook nooit in een naveltruitje gelopen. (En zal dit ook niet doen.)
Over bijna alles valt te twisten. Wat kan er wel, wat kan er niet. In ieder geval kwam ik tot de conclusie dat de Islam een prachtige religie is en ik dank Mohamed voor zijn lessen, maar ik zal de sluier nooit opnemen.
 
Christendom. De Bijbel heb ik ook van kaft tot kaft gelezen. Meerdere keren zelfs. Hele delen kon ik citeren en thuis werd er veel, vaak en uitgebreid over gesproken. Ik kan uren dwalen door de verhalen. Ze zijn zo mooi. Er zitten zoveel levenslessen in. Ook een atheïst zou dat boek eens moeten lezen. Gewoon voor de verhalen, de vele lessen en de uitleg van waarom onze maatschappij werkt zoals hij nu doet. (Ja, de westerse maatschappij is nog altijd gefundeerd op de Bijbel. Met het democratische systeem van de Griekse wijsgeren.
Het verhaal van Jezus grijpt mij in het speciaal. De liefde die hij predikt. De oproep tot het helpen van anderen, vergeving te schenken. Liefde, hoop , geloof en vertrouwen. Voor hem waren dat de Goddelijke bronnen waar hij altijd en eeuwig uit putte. Ik vind zijn verhaal prachtig. Hij is een lichtend voorbeeld en ik doe echt mijn best meer te leven volgens de leer van Jezus.
Maar ik faal. Ik kan namelijk niet geloven, het niet over mijn lippen krijgen en te zeggen, dat Jezus is gestorven opdat ik verlost mag worden en in de hemel kom. Ik geloof niet dat hij voor mij gestorven is.
Hij stierf omdat hij mensen leerde voor zichzelf te denken. Zijn dogma's gingen tegen die van de Schriftgeleerden in. En dat konden diezelfde geleerden niet hebben. Dus zij besloten dat Jezus dood moest, op de gruwelijkste wijze die destijds bestond.
Dat ik niet kan geloven dat Jezus voor mij stierf is het enige punt dat ik nu heb waardoor ik ook niet actief mijn best doe om mijn weg terug te vinden naar kerk en geloof. Ze zien me immers aankomen met dit idee. Ik ben bang dat ik gevierendeeld ga worden, als ik dat hardop zeg tegen een kerkleider of gelovige.
 
Daarnaast kan ik niet geloven dat er maar één weg is tot God. God is liefde. Onnoemelijk veel en groot. Meer dan wij mensen, wij zondaars, kunnen beseffen. Stel dat het Christendom inderdaad de enige weg is.... Welke stroming dan? Want er zijn immers nogal wat takken. En wat gebeurt er met al die andere zielen? Allemaal voor eeuwig de hel in? Niet omdat het slechte mensen waren, maar omdat ze het verkeerde geloof aanhielden.
Ik kan daar met mijn hoofd en hart niet bij. Ik kan het niet eens zijn met die bewering. Mijn zondig hart zou breken als ik wist dat de mooiste zielen zouden vervagen, niet omdat ze slecht zijn in essentie, maar door hun belijdenis. Ik zou ze niet in de kou kunnen laten staan, mochten ze bij mij op de deur kloppen.
Ik kon dit vroeger al niet en ik dacht dat ik wist wat liefde is. En toen werd ik moeder. Liefde voor je kind(eren) geeft een extra dimensie aan 'houden van' die ik nog nooit heb kunnen bevatten en ook nu niet zou kunnen beschrijven. En mijn moederhart breekt helemaal, als zuivere zielen moeten branden.
 
En dan denk ik: Als ik dat al niet kan, met mijn zondig hart en ziel die gaat branden... Hoe zou Onze Vader, die hemel, aarde en het leven gecreëerd heeft dat dan kunnen? Dat houdt wel even in dat Hij het meeste wat Hij maakte laat branden. Inclusief Zijn Eigen Volk, de Joden.
Ik kan dat niet geloven. Ik wíl dat niet geloven. Ik geloof liever dat alle religies gelijk zijn. We kijken ieder misschien door een ander raam naar de wereld, maar we zien allen door dezelfde zon. En of je die kracht nu Siddharta, Jaweh, God of Allah noemt, mij maakt het niet uit. Ik noem jou mijn broeder, kus je als mijn zuster. We zijn allen mens en moeten het hier op aarde met elkaar rooien. Dus laat ons respect hebben voor elkaars tradities en gebruiken. Laat ons samenkomen en praten, samen het leven en de liefde vieren. En bovenal: Laat ons, ieder op onze eigen wijze, God en Zijn creaties loven en eren.
 
Ik begrijp nog steeds niet wat er zondig is aan deze oproep tot liefde. Maar het is blijkbaar zo. En dit is dan ook een zonde, waar ik schuldig aan zal pleiten. Niemand die een vinger hoeft te wijzen. Ook zal ik niet geboeid naar het schavot moeten worden gesleurd. Op blote voeten , in gescheurd hemd en met losse polsen zal ik uit mezelf de brandstapel oplopen. Ik leef echt in deze overtuiging van liefde, hoe zondig zij ook is. En ik zal branden voor mijn liefde.
 
 
Geheel de Uwe,
 
Mystic M.

dinsdag 9 juni 2020

Waarom ik ga branden deel 4: Ik ben een dief

Lieve leukerds en leuke lieverds,
 
Het volgend epistel waarom ik er niet rooskleurig voorsta en waarschijnlijk de meneer met hoorntjes en puntstaart gezelschap ga houden. (Zal hij al bang zijn dat ik de boel kom overnemen? Ik ben immers een vrouw en rossig. Die zijn echt niet alleen maar vurig tussen de lakens. Voor je het weet gebruik ik hem als voetenbank.)
 
Deze zonde is simpel. Op zich heb ik daar ook spijt van. Maar hij telt natuurlijk wel op, in de rij van andere zonden. Ik ben een dief.
Als jong meisje heb ik mij in groepsdruk laten verleiden tot stelen. Kauwgum, potloodjes, vulpen vullingen. Volgens mij ook nog lippenstiften en sieraden. Ik weet echt niet meer exact wat het was. Ik was tussen de 8 en 17 jaar oud. En ik kan me herinneren dat het uiteindelijk om de kick ging, niet eens meer wat het was dat ik stal. De adrenaline, het weglopen en dan de spanning of dat alarm afging, of ik de juiste beveiligingen eraf had weten te slopen.
Uiteraard heb ik me ook schuldig gemaakt aan het stelen uit de portemonnee van mijn moeder en de snoeptrommel. Maar ik denk dat er daar meer van zijn die dat deden, als we allemaal eerlijk zijn.
 
Ik heb er in ieder geval oprecht spijt van. Kan het niet meer rechtzetten, want een hoop van de winkels waar ik gestolen heb bestaan niet meer. En wat heeft het nog voor nut om meer dan 20 jaar later nog eens op te biechten?
Mijn moeder weet wel dat er dingen gebeurd zijn die niet netjes zijn. Maar sommige dingen moet je gewoon niet willen vertellen. En ook niet willen weten. Oude koeien gewoon in de sloot laten zitten waar ze verdronken zijn.
 
Ik heb er spijt van. En toen de knop omging heb ik plechtig beloofd het nooit meer te doen. En ik houd me daaraan.
Waarom het dan toch zo erg is? Ik stal ook toen ik nog in dat gekke kerkje zat. Op vrijdagavond, zondagochtend en -avond beleidde ik een geloof. En op de dag daartussen liet ik mijn vingers dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen. In de volle wetenschap dat het niet goed was. Dus waarom deed ik het dan? Waarom beweerde ik dan te leven als een Christen? Dat was immers niet zo. En daar was ik mij ten volle van bewust.
Ik kan beweren dat het pubergedrag was. Begonnen uit groepsdruk met verkeerde vrienden. Maar ik vind dat veel te makkelijk gezegd. Wanneer je een jaar of 15 bent, weet je echt wel het verschil tussen goed en kwaad. En hoe oud moet je zijn om te weten dat stelen iets is dat je gewoon niet moet doen?
 
Ik zal het nooit meer doen. Ik ben er absoluut niet trots op en schaam mij er diep voor. Dus ik hoop dat dit iets is dat God toch nog door de vingers wil zien. En dat ik het weer een beetje goed heb gemaakt door extra donaties te doen, wanneer ik op vakantie een kaars opsteek in de katholieke kathedraal. Nou ben ik niet katholiek en zal ik dat ook nooit worden. Maar een Huis van God is een Huis van God. Of dat nu een kathedraal, een kerk, moskee of synagoge is. En ik durf op een gewone dag nog wel de kathedraal in. Even zitten en in stilte bidden. Knielen voor Maria en vragen of ze wat voor me kan doen. En haar bedanken voor het geschenk dat onze dochter is.
Hopelijk kan zij me met deze zonde bijstaan.
 
Geheel de Uwe,
 
Mystic M.
 
PS: Dit keer een wat korter stukje. Ook wel eens lekker voor een keertje. Niet?

zondag 7 juni 2020

Figment van mijn Fantasie.

Dag mijn lieve,
 
Na al die jaren, doem jij weer op voor mijn geestesoog. Dat doe jij, eens in de zoveel jaar. Dan nestel jij je weer warm en zacht in mijn hart, mijn verlangen. Je laat me weer twijfelen, aan alles wat me lief is en waar ik vandaan kom.
 
Waarom weet ik ook niet. Je bent immers een stukje van mijn fantasie. Gebaseerd op één avond van warme, zwoele kussen en de eerste contacten met erotiek. Ik wist niet eens wat er gebeurde. Ik liet je begaan, omdat ik niet besefte wat er gebeurde. En ik liet me meevoeren in een zoete wolk van verlangen, voer mee op jouw aanwijzingen.
 
Je had het heel tactisch aangepakt, vanaf het moment dat we door een maat van jou aan elkaar waren voorgesteld. Je pakte me in met een grote strik er omheen. Hoffelijkheid ten top. Kleine toespelingen, maar rustig aan. Guitige en schalkse blikken. Had je door dat ik nog maagd was? Zag je dat ik zo bleu was als wat? Je gaf me die avond tenminste een kus op mijn hand. En omdat ik ook niet wist wat er gebeurde, sloeg je me daarmee al van mijn sokkel af. Afmakend met: 'Als jij er ook bent' op mijn vraag of je er volgende week ook weer zou zijn.
Ik weet nog dat ik een klein beetje geschrokken naast mijn vriendin op een stoel zakte. 'Nou, dat is hem dan. Mijn man' zuchtte ik naar haar. Ze wist niet wat ze horen. Die wilde, niet te stuiten onafhankelijke jonge meid zat week op haar stoeltje. Reddeloos verloren.
En de week erop was je er weer. Maar niet alleen, of alleen met die ene maat die er de vorige keer ook was. Je had een hele ploeg mensen mee, die me allemaal even hartelijk onthaalden en enthousiast vertelden over hoe leuk je wel was. Ik bevestigde dat steeds maar verlegen. Ik voelde me een beetje in een hoek gedreven en had niet door wat er gebeurde. Ja, ik wist het weer niet. Ik voelde me net een ree, dat met grote ogen verstijfd in de grote koplampen van een aanstormende auto kijkt. Al die mensen, al dat enthousiasme.
Nu vraag ik me af wat jij allemaal over mij gezegd hebt, tegen ze. Ze kwamen immers allemaal alleen om mij te ontmoeten. Het ging allemaal om mij. Ik werd er verlegen van.
En wat waren jouw vrienden leuk. Ik heb zo met ze gelachen, al voelde ik me vaak dom. Ze leken allemaal op de universiteit te zitten. Ik dacht dat ik veel gelezen had, maar dat bleek in het niet te vallen bij jouw vrienden. Allemaal hoog opgeleide mensen. Kwam ik aan met mijn poging om de avond havo te halen.
Waarom wilde je dat zij mij allemaal ontmoetten? Of waren ze er omdat de barman, die maat van jouw die ons aan elkaar voorstelde, gepraat had? Ik heb namelijk begrepen dat er iets gebeurd was, waardoor jij opveerde dat ik voorbij gekomen was die week ervoor. Dat je zoiets had van 'Wie IS dat? Je MOET me aan haar voorstellen. Ik moet haar spreken.'
Die barman heeft nog even op me in moeten praten om me zover te krijgen. Ik had helemaal geen zin om te kletsen met de vrienden van de barman.
Ik kan me niet veel herinneren van die avond verder. Want dat is al lang geleden, maar ik was ook het meeste met jou bezig. De rest van de wereld leek niet te bestaan. Ik zag alleen die donkere krullen en grijze ogen. Ik verdronk. En zo naïef als ik was, had ik dat niet eens door.
We gingen samen weg de week van al jou vrienden, de rest van de ploeg was allang vertrokken. Ik bracht je met mijn fiets naar de jouwe, die stond elders. Nou ja. Jij trok mijn fiets uit de handen en stapte op. Ik moest achterop springen. Dus je hebt wel heel hoffelijk gefietst. En bij jouw fiets, gaf je mij de mijne terug.
Ik wilde gewoon gedag zeggen en naar huis, maar jij vroeg snel of je mij een zoen mocht geven. Daar moest ik even over nadenken. Heel even maar. Maar ik vond het goed, tuitte mijn lippen en mikte op je wang. Dat was jouw plan echter niet, dus op het laatste moment draaide jij bliksemsnel van richting, waardoor jouw lippen vol op die van mij terecht kwamen.
Elektriciteit. Een trilling van mijn kruin tot mijn tenen en een trekkend, zeurend gevoel in mijn kruis. Maar zo verbijsterd als ik was, kwam ik niet verder dan een zacht: 'Dat had ik niet verwacht.'
'Ik ook niet' zei jij, met een schalks lachje. Maar volgens mij zag jij ook wel dat ik dat niet geloofde.
Bij de tweede kus was het nog sterker. Nu wist ik immers wat er komen ging. En besefte ik pas hoe erg jij me ingepakt had. Ik merkte toen pas hoe verliefd ik echt was.
Ik wilde met je mee, waar naartoe dan ook. Al was je naar de andere kant van de wereld gegaan, ik wilde in jouw hart, in jouw ziel. Want daar had jij je bij mij ook genesteld.
Ik had mijn fiets tegen de muur gezet. En daar kuste je me nog een keer. Je duwde me tegen de muur, zette één been tussen die van mij en kuste, vol en met overtuiging. En je reageerde enthousiast toen bleek dat ik geluid maak, wanneer ik ergens van geniet en dus ook bij de kus. (Ondertussen kan ik verklappen dat ik bij alles waar ik van geniet geluid maar. Het is een soort kompas. Hoe meer en harder geluid, hoe beter ik me vermaak.) Ik schaamde me in het begin een beetje daarvoor. Maar die schroom verdween toen ik doorkreeg dat je het echt leuk vond, die geluidjes.
Hoe het gebeurd was weet ik niet meer. In ene leek mijn jas half open te zijn. En jouw vingers gleden zoekend mijn decolleté in. Niet te ver, precies tussen de V-hals van mijn truitje. Je leek door te hebben dat je niet te pertinent en vrijpostig moest doen. Maar het was wel genoeg. Mijn baarmoeder draaide en werd week. Langzaam gleed ik naar beneden en het duurde best een tijdje voordat ik weer een beetje fatsoenlijk op mijn benen kon staan. Er ontwaakte een oerkracht en verlangen, die ik nauwelijks in toom kon houden. Golven van verlangen en genot. Warmte op plekken waarvan ik niet wist dat het kon.
Op een roze wolk ging ik naar huis. En dat je een paar dagen later belde was ik in de zevende hemel.
Dat we elkaar weer zagen, was je minder gretig met je kus. Ik keek je nog aan en begreep het niet. Voelde wel dat er wat was, maar kon er mijn vinger niet op leggen. We deden een lekker biertje in een proeflokaal en hebben zitten lachen en kletsen. Ik was de twijfel al snel vergeten. Ik wilde je stem horen, luisteren naar wat je te zeggen had en mij plooien om jouw verlangens en wensen. Ik wilde ervoor zorgen dat er geen andere dame meer nodig was. Ik ben alles en iedereen die je wilt.

Mijn hart brak, toen ik de brief vond waarin je zei dit niet te kunnen voortzetten. Dat je het nooit had mogen doen, maar dat je mij verleid had omwille van het verleiden. Dat je wist dat je van me kon houden, maar dat nu niet deed. En dat je niet van mij kon verwachten dat ik op jou ging zitten wachten.
O, mijn lief. Je hebt me gebroken. De twee keer dat we elkaar nog gezien hebben en je dit zei, ik stierf. Omdat ik niet bij je weg wilde. Omdat ik naast je wilde blijven lopen. Om als een discipel je woorden op te vangen en die eigen te maken. Om mij te laten vormen tot een vrouw. En op zich wilde ik best op je wachten. Maar dat mocht niet van jou.
Wees trots, mijn lieve. Je gaf me de opdracht om jou te vergeten en verder te gaan. Ik heb niet alleen naar je geluisterd, ik heb ook daadwerkelijk gedaan wat je van me vroeg. Jij bent de enige naar wie ik niet alleen geluisterd heb, ik deed ook wat je me opdroeg. Jij bent de enige man naar wie ik geluisterd heb en deed wat hij zei.
Ik wachtte niet. Ik stortte me in de armen van een ander. En toen die me bleek te slaan, omdat hij met me naar bed wilde en ik niet met hem, vluchtte ik naar weer een ander. Dat werd ook niks, want hij bleek een egoïst zonder tact te zijn die geen begrip had voor de angsten van een maagd. Dus uiteindelijk kwam ik iemand van vroeger tegen en ging met hem mee. Dat werd wel iets, voor 14 maanden.
Jij hebt me in die tijd nog een keer gebeld, om te vragen hoe het met me ging. Ik had verteld dat ik geslagen was, waar je geschrokken en bezorgd op reageerde. Maar je klonk teleurgesteld toen ik vertelde dat ik een vriendje had.
Was dat niet je bedoeling geweest? Had je gehoopt dat je terug kon komen? Lieve, waarschijnlijk had je dat gekund, als je dat gezegd had. Als jij had gezegd dat je me terug wilde, had ik het uitgemaakt en twee weken later bij je op de stoep gestaan. Ik had me in je armen geworpen, op je borst gebonkt en gezegd dat je het deze keer maar beter niet kunt verpesten. En vervolgens had je alles met me kunnen doen wat je maar wilde. Weigeren kon ik toch niet meer. Volledig in jouw ban.
 
En dat ben ik nog wel een beetje. Al besef ik dat het nu gestoeld is op een verlangen. Een heimwee naar een tijd dat de wereld iets minder gecompliceerd was. En aangezien jij mijn eerste positieve ervaring was met lust en erotiek, hang jij dus in mijn geest. En je hebt de aanzet gegeven voor menig erotisch epistel.
Begrijp me goed. Geen één van die epistels is over jou. En voor zover ik weet zijn ze ook niet voor jou. Maar je hebt wel de vrouw in mij wakker gemaakt. Die roerde zich en begon te schrijven over verlangen, erotiek, hartstocht en passie. En ik ben soms wel eens benieuwd naar wat je gedaan zou hebben, als je die epistels gehoord of gelezen had. Zou jij wel in de pen geklommen zijn en hebben geantwoord? Ik wacht nog steeds op iemand die dat doet. Hele epistels, lange gedichten. Ik zag jou ervoor aan om mijn gedichten te beluisteren en dan te reageren.
 Maar jij bent er niet bij. Jij behoort mij nu niet toe.
Dus, mijn lieve. Ik weet dat ik je moet wegsturen. Ik ben getrouwd ondertussen. Heb een hoop ellende meegemaakt. En mijn droom van 'Eerste man en enige man' is niet uitgekomen. Die droom hing bij jou. En blijft daar hangen in de mist van vroeger, om te vervagen in de tijd.
Ik ga ervan uit dat jij ook getrouwd bent. Ben je die predikant geworden? Heb je kinderen? Ben je dat lichtend baken in een zee van duisternis? Ik zag dat in jou en viel daarvoor. Helderheid. Een baken van vrede en rust. Gods Licht, in een man van Zijn Woord. Ben je gelukkig?
Ik hoop het. Ik hoop dat je gelukkig bent. Met vrouw en kinderen, vrede en liefde brengend in de omgeving. God weet dat we dat nodig hebben. En jij kunt leiden. Leid de mensen naar liefde en vrede. Door de duisternis naar Zijn verlossing.
 
Iets in mij zegt dat jij en ik elkaar weer tegen zullen komen. Dat dit vanzelf zo moet zijn. Misschien is dat zo, misschien komen we elkaar op weg naar hemel en hel pas tegen. Dan zal ik je nog één keer vertellen hoe het met me gaat. Maar dit keer zal ik niet liegen en zeggen dat het goed gaat, zoals toen je me belde. Ik zal eerlijk zeggen waar ik heenga en waarom. En dat ik je verschrikkelijk mis en het liefst die ene keer dat je belde gevraagd had of ik je mocht zien. Maar ik moet nu weg. Ik moet mijn weg nog vinden door het duister.
 
En tot die tijd laat ik je los.
Jij moet jouw weg, ik de mijne.
Wanneer onze paden elkaar weer kruizen,
Omdat God dat zo wil,
Zal ik je volgen.
Tot die tijd moeten we dwalen,
Ieder op ons eigen pad.
Jij langs wegen van licht en vrede,
Ik dobberend over golven van vertwijfeling.
Misschien mag ook ik ooit weer naar Huis,
En ontmoeten we elkaar daar.
Tot die tijd....
Voel de kus die mijn lippen bij je achterlaten.
Als belofte van ooit,
Maar niet nu.

Alsjeblieft
Ik durf nog niet naar huis.
 
Geheel de Jouwe,
 
Mystic M.