donderdag 10 december 2020

Ik laat het christendom toch maar weer voor wat het is. Niet mijn religie.

Lieve leukerds en leuke lieverds,


Gisteren kwam een goede vriendin van mij over de vloer. Ik had haar door omstandigheden al zeker een jaar niet gezien, dus het was heerlijk haar weer eens te mogen verwelkomen. En erg verdrietig dat we elkaar nu geen knuffel mogen geven, want de goden weten hoe graag ik haar weer eens stevig tegen me aan zou willen drukken.

We kletsen over van alles. En het fijne is dat praten met haar ook zonder welke vorm van taboe is. Ik kan alles er uitflappen over seks, zonder schaamte. Ik kan in huilen uitbarsten over wat me dwarszit, ze benadert me zonder oordeel. En zij flapt er ook heerlijk alles uit. Er borrelen de mooiste dingen in dat brein van haar. En die deelt ze zonder gene. Heerlijk.

Zo kwamen we ook op geloof. Ik vertelde dat ik onderzoek deed. En dat ik er wel achter was gekomen dat ik toch niet doorga met het christelijke pad. Het hoort bij mij, is onderdeel van mij in de gebruiken waar ik mee ben opgegroeid. Maar het is niet langer mijn geloof.
De reden dat ik me er een tijdje toch weer toe aangetrokken voelde maar dat het mijn religie niet is, werd me dankzij Guus Kuijer duidelijk, met zijn serie over 'De Bijbel voor Ongelovigen'.


Wat trok me precies aan?
Om eerlijk te zijn was dat een behoefte, bleek. Een behoefte om samen een religie te kunnen belijden. Om niet alleen in rituelen te staan. Om met anderen te kunnen praten, onderzoeken en van elkaar te leren. Om mensen te kennen die begrijpen wat mijn religie inhoudt en die ik niet uit hoef te leggen waarom er uit dank een plens wijn/bier/mede in de vlinderstruik eindigt. (Dat is mijn offerplaats) De christelijke wereld zal natuurlijk nooit begrijpen waarom die plens drank daar eindigt. Ik heb vroeger wel eens gezegd dat ik daar een goed gevoel bij kreeg, maar dat maakt het onbegrip alleen maar groter.
Maar in een kerk is er een vast omlijnde dienst. Er wordt gesproken, uitgelegd. Je kunt er leren en samen komen met gelijkgestemden. En dat mis ik,.
Het maakt me niet uit of de samenkomst in een gebedshuis is, of gewoon bij iemand thuis. Het is mij om het even of het een samenkomst is van vier mensen, of 400 personen. Het gaat mij om het zien van gelijken.
Ik word er zo moe van dat ik een beetje in mijn eentje aan het ronddobberen ben. Ik heb het idee dat ik maar een beetje in het wilde weg aan het leren ben, zonder vast omlijnd kader. Ik heb geen idee waar ik naartoe moet. Ik wil leren over en van van alles. Maar door enkel te lezen en filmpjes te kijken, weet ik niet zeker of wat ik denk te weten nu juist is. Er is namelijk ook zo veel onzin te koop die niet correct is.
Omgang met een groep Paganisten zal ook voor verschillen zorgen, dat kan niet anders. Maar dat is niet erg. Dat hoort erbij en is in mijn ogen juist wenselijk. Maar ik wil graag kunnen praten met anderen. Leren.
En de samenkomsten in kerken, zeker met speciale gelegenheden als kerst en pasen, trokken en trekken. Al weet ik ondertussen dat ik niet thuishoor in de kerk.

Waarom ik niet thuishoor in de kerk.
Ik ben mij nu door de serie van Kuijer aan het werken, die eerder genoemde Bijbel voor Ongelovigen. Deze serie wil ik allereerst aanraden aan iedereen om te gaan lezen. Je leert er een hoop van. Al was het alleen al waar de basis structuur van onze maatschappij op is gebaseerd. Daarnaast krijg je een inkijkje in de geest van belangrijke figuren uit de Bijbel. Een menselijk inkijkje, zonder verheerlijking, zonder dat de mensen er beter op worden gemaakt dan dat ze zijn. En er worden een aantal simpele vragen gesteld over details in de verhalen, die je tot nadenken aansporen. (Zoals bijvoorbeeld: Is het echt heel erg aannemelijk dat Batseba, waar David verliefd op werd, zat te baden op het dak om hem te verleiden?  Is het logisch dat een vrome vrouw gaat baden in de open lucht? Was het niet logischer dat ze gewoon de was aan het uithangen was of zoiets?) Simpele vragen over kleine dingen, die je niettemin heel anders naar de verhalen laten kijken. En die mij uitleg gaven over waarom ik niet thuishoor in welke monotheïstische religie dan ook.
De vrouw delft àltijd het onderspit. Zij moet volgen en dingen lijdzaam ondergaan. Tong afbijten, zwijgen, volgen. Een vrouw is altijd ondergeschikt aan de man en wordt geketend.

Het spijt mij. Ik ben een wilde vrouw. Ik fik, ik vlam en ik spuw vuur. Ik dans op blote voeten door de keuken. Ik zet koffie voor mijn man, maar tier tegelijk dat hij geen doekjes in proppen over het aanrecht moet laten slingeren. Ik spreid mijn armen en knuffel mijn dochter in hartstocht. En ik ben zo gek dat ik in het midden van de nacht in mijn blote kont het water in zou duiken. Velen noemen mij te veel. Ik ben soms wat dramatisch. Dat past niet in de christelijke leer. Ik ben van het theater en praat niet alleen met mijn stem. Mijn hele lijf, mijn mimiek, mijn timbre, hoogte van stem, àlles praat mee. Ik ben één stroom van emotie en tekst en ik zal gehoord worden. Dat past niet binnen een religie waar de helft moet zwijgen en volgen.


Ik weet nu wat ik niet wil. Nu maar uitvogelen wat het is dat ik wél wil. Wanneer we weer een beetje met groepen bij elkaar mogen komen, maar eens kijken of ik in de buurt van mijn stad een groep gelijkgestemden kan vinden en samen kan laten komen.




Geheel de Uwe,

Mystic M.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten